BWBR0025727
Geldig vanaf 2009-04-23
Artikel 8
Tijdelijke subsidieregeling Innovatieprogramma Mooi Nederland
1. Er is een onafhankelijke commissie die tot taak heeft de minister te adviseren over aan haar voorgelegde aanvragen om subsidie.
2. De commissie bestaat uit ten minste vier leden, waaronder de voorzitter, van wie uit hoofde van hun deskundigheid een nuttige bijdrage aan de werkzaamheden van de commissie kan worden verwacht.
3. De minister benoemt de leden van de commissie voor een termijn van ten hoogste twee jaar. De leden zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
4. De leden van de commissie kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan de minister.
5. De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
6. De leden van de commissie nemen niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien zij een persoonlijk belang hebben bij de ingediende aanvraag.
7. De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.
8. De commissie houdt de voorbereidende stukken die betrekking hebben op de door haar uitgebrachte adviezen ter beschikking van de minister.
9. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.
10. De leden van de commissie ontvangen een door de minister vast te stellen vergoeding.
2. De commissie bestaat uit ten minste vier leden, waaronder de voorzitter, van wie uit hoofde van hun deskundigheid een nuttige bijdrage aan de werkzaamheden van de commissie kan worden verwacht.
3. De minister benoemt de leden van de commissie voor een termijn van ten hoogste twee jaar. De leden zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
4. De leden van de commissie kunnen te allen tijde hun functie neerleggen door een schriftelijke kennisgeving aan de minister.
5. De minister voorziet in het secretariaat van de commissie.
6. De leden van de commissie nemen niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien zij een persoonlijk belang hebben bij de ingediende aanvraag.
7. De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.
8. De commissie houdt de voorbereidende stukken die betrekking hebben op de door haar uitgebrachte adviezen ter beschikking van de minister.
9. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.
10. De leden van de commissie ontvangen een door de minister vast te stellen vergoeding.