BWBR0025727
Geldig vanaf 2009-04-23
Artikel 10
Tijdelijke subsidieregeling Innovatieprogramma Mooi Nederland
1. De minister geeft een beschikking tot subsidieverlening binnen vijf maanden na de laatste dag van de aanvraagperiode waarin de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend.
2. Indien de beschikking niet binnen vijf maanden kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking alsnog tegemoet kan worden gezien.
3. De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien de adviescommissie een negatief advies heeft uitgebracht of het subsidieplafond is bereikt. De minister kan afwijken van een negatief advies van de commissie indien dit in strijd is met de regeling dan wel naar zijn oordeel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.
4. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen door de commissie. De minister kan gemotiveerd afwijken van de rangschikking.
2. Indien de beschikking niet binnen vijf maanden kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking alsnog tegemoet kan worden gezien.
3. De minister beslist afwijzend op een aanvraag, indien de adviescommissie een negatief advies heeft uitgebracht of het subsidieplafond is bereikt. De minister kan afwijken van een negatief advies van de commissie indien dit in strijd is met de regeling dan wel naar zijn oordeel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.
4. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen door de commissie. De minister kan gemotiveerd afwijken van de rangschikking.