BWBR0025631
Geldig vanaf 2011-11-18
Artikel 26
Binnenvaartbesluit
1. Het geneeskundig onderzoek ten behoeve van de verkrijging van het klein vaarbewijs blijft achterwege, indien uit een gezondheidsverklaring van de aanvrager blijkt dat hij lichamelijk en geestelijk voldoende geschikt is voor het voeren van een binnenschip of indien hij niet langer dan drie maanden tevoren een gelijkwaardig geneeskundig onderzoek met gunstig gevolg heeft ondergaan.
2. De gezondheidsverklaring heeft betrekking op de onderwerpen, bedoeld in artikel 25, eerste lid.
3. De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, onder b, legt bescheiden over ten bewijze van het feit dat hij voldoet aan de aldaar gestelde vereisten.
4. Indien de gezondheidsverklaring op enige afwijking wijst kan een deskundige, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0023009/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, van de wet</a>, een geneeskundige verklaring afgeven, indien hij van oordeel is dat de afwijking het veilig varen niet nadelig zal beïnvloeden.
5. Het opmaken en het beoordelen van de gezondheidsverklaring geschiedt met inachtneming van de bij regeling van Onze Minister te stellen regels.
2. De gezondheidsverklaring heeft betrekking op de onderwerpen, bedoeld in artikel 25, eerste lid.
3. De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, onder b, legt bescheiden over ten bewijze van het feit dat hij voldoet aan de aldaar gestelde vereisten.
4. Indien de gezondheidsverklaring op enige afwijking wijst kan een deskundige, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0023009/artikel/28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 28, eerste lid, van de wet</a>, een geneeskundige verklaring afgeven, indien hij van oordeel is dat de afwijking het veilig varen niet nadelig zal beïnvloeden.
5. Het opmaken en het beoordelen van de gezondheidsverklaring geschiedt met inachtneming van de bij regeling van Onze Minister te stellen regels.