Artikel 1
1. In afwijking van artikel 8, eerste lid, van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945is het een werkgever toegestaan eenmalig de werktijd van een of meer van zijn werknemers gedurende een van tevoren schriftelijk vastgelegde periode over een periode van 13 weken gemiddeld met ten minste 20% en ten hoogste 50% te verkorten indien:
a. de werkgever schriftelijk aantoont dat: 1°. als het de verkorting van de werktijd van 20 of meer werknemers betreft, de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, met de verkorting instemmen,
2°. als het de verkorting van de werktijd van minder dan 20 werknemers betreft, een vertegenwoordiging van zijn werknemers met de verkorting instemt;
1°. als het de verkorting van de werktijd van 20 of meer werknemers betreft, de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, met de verkorting instemmen,
2°. als het de verkorting van de werktijd van minder dan 20 werknemers betreft, een vertegenwoordiging van zijn werknemers met de verkorting instemt;
b. de werkgever met de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers schriftelijk afspraken heeft gemaakt om het loon door te betalen voor zover de betrokken werknemers op grond van de criteria van de Werkloosheidswet geen recht hebben op een uitkering op grond van die wet over de uren waarmee de werktijd is verkort;
c. de werkgever met de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers schriftelijk afspraken heeft gemaakt om in de periode gedurende welke de werktijd wordt verkort: 1°. door middel van scholing, die naar haar aard en omvang daartoe geschikt is, de inzetbaarheid van de werknemers van wie de werktijd wordt verkort in zijn bedrijf of in het bedrijf van een andere werkgever te behouden of te verbeteren,
2°. het verrichten van arbeid door de werknemers waarvan de werktijd wordt verkort in het bedrijf van een andere werkgever mogelijk te maken;
1°. door middel van scholing, die naar haar aard en omvang daartoe geschikt is, de inzetbaarheid van de werknemers van wie de werktijd wordt verkort in zijn bedrijf of in het bedrijf van een andere werkgever te behouden of te verbeteren,
2°. het verrichten van arbeid door de werknemers waarvan de werktijd wordt verkort in het bedrijf van een andere werkgever mogelijk te maken;
d. de werkgever zich jegens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schriftelijk heeft verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een vergoeding te betalen als bedoeld in artikel 3, overeenkomstig de modelovereenkomst die als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd;
e. vervallen.
f. ingeval de in de aanhef bedoelde periode aanvangt op of na 1 april 2010, de werkgever geen ontheffing heeft gehad op grond van de Bijzondere beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2008 of de Verlengde bijzondere beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2008;
g. de werkgever met de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers schriftelijk het voornemen heeft afgesproken de verkorting van de werktijd na de eerste periode van 13 weken te verlengen met een periode van 13 weken;
h. de dienstbetrekking van een werknemer van wie de werktijd wordt verkort in de periode van werktijdverkorting niet zal eindigen.
2. In de schriftelijke afspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, 1°, wordt per werknemer vermeld om welke scholing het gaat.
3. De schriftelijke afspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, 1°, kunnen voor daarin benoemde werknemers inhouden dat, in afwijking van dat onderdeel en het tweede lid, die werknemers geen scholing volgen maar door middel van het geven van scholing de vakbekwaamheid verbeteren van werknemers die nog geen jaar in dienst zijn van de werkgever of die voor de werkgever werkzaam zijn op basis van een stage-overeenkomst. Het aantal werknemers dat scholing geeft mag daarbij in ieder geval niet groter zijn dan het aantal werknemers en stagiairs dat scholing ontvangt.
4. Indien een vereniging van werknemers of vertegenwoordiging van werknemers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet instemt met de verkorting van de werktijd en de weigering is gebaseerd op andere gronden dan met dit besluit worden beoogd, kan de werkgever dit schriftelijk melden aan het meldpunt, genoemd in artikel 3a. Evenzo kunnen een vereniging van werknemers of vertegenwoordiging van werknemers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien er een verschil van mening bestaat met de werkgever dat een onoverkomelijke belemmering vormt voor de instemming, dit schriftelijk melden aan het meldpunt, genoemd in artikel 3a.
5. Bij de melding geeft de werkgever of de desbetreffende vereniging of vertegenwoordiging van werknemers informatie over de redenen van de melding en verstrekt de overige daarbij van belang zijnde gegevens. De werkgever onderscheidenlijk de desbetreffende vereniging of vertegenwoordiging van werknemers doen de andere partij bij het geschil onverwijld mededeling van de melding en de inhoud daarvan.
6. Het is een werkgever niet langer toegestaan de werktijd op grond van het eerste lid te verkorten indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem heeft medegedeeld dat aan één of meer van zijn werknemers ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is betaald op grond van de Werkloosheidswetals gevolg van het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25 van de Werkloosheidswet, met betrekking tot het voor de werkgever verrichte aantal uren arbeid. Het is een werkgever evenmin langer toegestaan de werktijd op grond van het eerste lid te verkorten indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem heeft medegedeeld dat hetgeen de werkgever en de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers in het schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, hebben verklaard, niet in overeenstemming met de waarheid is.
a. de werkgever schriftelijk aantoont dat: 1°. als het de verkorting van de werktijd van 20 of meer werknemers betreft, de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, met de verkorting instemmen,
2°. als het de verkorting van de werktijd van minder dan 20 werknemers betreft, een vertegenwoordiging van zijn werknemers met de verkorting instemt;
1°. als het de verkorting van de werktijd van 20 of meer werknemers betreft, de belanghebbende verenigingen van werknemers, en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers, met de verkorting instemmen,
2°. als het de verkorting van de werktijd van minder dan 20 werknemers betreft, een vertegenwoordiging van zijn werknemers met de verkorting instemt;
b. de werkgever met de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers schriftelijk afspraken heeft gemaakt om het loon door te betalen voor zover de betrokken werknemers op grond van de criteria van de Werkloosheidswet geen recht hebben op een uitkering op grond van die wet over de uren waarmee de werktijd is verkort;
c. de werkgever met de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers schriftelijk afspraken heeft gemaakt om in de periode gedurende welke de werktijd wordt verkort: 1°. door middel van scholing, die naar haar aard en omvang daartoe geschikt is, de inzetbaarheid van de werknemers van wie de werktijd wordt verkort in zijn bedrijf of in het bedrijf van een andere werkgever te behouden of te verbeteren,
2°. het verrichten van arbeid door de werknemers waarvan de werktijd wordt verkort in het bedrijf van een andere werkgever mogelijk te maken;
1°. door middel van scholing, die naar haar aard en omvang daartoe geschikt is, de inzetbaarheid van de werknemers van wie de werktijd wordt verkort in zijn bedrijf of in het bedrijf van een andere werkgever te behouden of te verbeteren,
2°. het verrichten van arbeid door de werknemers waarvan de werktijd wordt verkort in het bedrijf van een andere werkgever mogelijk te maken;
d. de werkgever zich jegens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen schriftelijk heeft verplicht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een vergoeding te betalen als bedoeld in artikel 3, overeenkomstig de modelovereenkomst die als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd;
e. vervallen.
f. ingeval de in de aanhef bedoelde periode aanvangt op of na 1 april 2010, de werkgever geen ontheffing heeft gehad op grond van de Bijzondere beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2008 of de Verlengde bijzondere beleidsregels ontheffing verbod op werktijdverkorting 2008;
g. de werkgever met de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers schriftelijk het voornemen heeft afgesproken de verkorting van de werktijd na de eerste periode van 13 weken te verlengen met een periode van 13 weken;
h. de dienstbetrekking van een werknemer van wie de werktijd wordt verkort in de periode van werktijdverkorting niet zal eindigen.
2. In de schriftelijke afspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, 1°, wordt per werknemer vermeld om welke scholing het gaat.
3. De schriftelijke afspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, 1°, kunnen voor daarin benoemde werknemers inhouden dat, in afwijking van dat onderdeel en het tweede lid, die werknemers geen scholing volgen maar door middel van het geven van scholing de vakbekwaamheid verbeteren van werknemers die nog geen jaar in dienst zijn van de werkgever of die voor de werkgever werkzaam zijn op basis van een stage-overeenkomst. Het aantal werknemers dat scholing geeft mag daarbij in ieder geval niet groter zijn dan het aantal werknemers en stagiairs dat scholing ontvangt.
4. Indien een vereniging van werknemers of vertegenwoordiging van werknemers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, niet instemt met de verkorting van de werktijd en de weigering is gebaseerd op andere gronden dan met dit besluit worden beoogd, kan de werkgever dit schriftelijk melden aan het meldpunt, genoemd in artikel 3a. Evenzo kunnen een vereniging van werknemers of vertegenwoordiging van werknemers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, indien er een verschil van mening bestaat met de werkgever dat een onoverkomelijke belemmering vormt voor de instemming, dit schriftelijk melden aan het meldpunt, genoemd in artikel 3a.
5. Bij de melding geeft de werkgever of de desbetreffende vereniging of vertegenwoordiging van werknemers informatie over de redenen van de melding en verstrekt de overige daarbij van belang zijnde gegevens. De werkgever onderscheidenlijk de desbetreffende vereniging of vertegenwoordiging van werknemers doen de andere partij bij het geschil onverwijld mededeling van de melding en de inhoud daarvan.
6. Het is een werkgever niet langer toegestaan de werktijd op grond van het eerste lid te verkorten indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem heeft medegedeeld dat aan één of meer van zijn werknemers ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering is betaald op grond van de Werkloosheidswetals gevolg van het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 25 van de Werkloosheidswet, met betrekking tot het voor de werkgever verrichte aantal uren arbeid. Het is een werkgever evenmin langer toegestaan de werktijd op grond van het eerste lid te verkorten indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hem heeft medegedeeld dat hetgeen de werkgever en de desbetreffende vertegenwoordiging van werknemers in het schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, hebben verklaard, niet in overeenstemming met de waarheid is.