BWBR0025263
Geldig vanaf 2009-02-06
Artikel 4
Uitvoeringswet Speciaal Tribunaal voor Libanon
1. Tot het in behandeling nemen van verzoeken van het Speciaal Tribunaal tot overlevering is de rechtbank Den Haag bij uitsluiting bevoegd.
2. De artikelen 21 tot en met 27– met uitzondering van artikel 26, derde lid, – en 28, eerste lid, van de Uitleveringswetzijn van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van artikel 22awordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam gelezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
3. De rechtbank kan bij zijn uitspraak over de vatbaarheid voor inwilliging van het verzoek van het Speciaal Tribunaal de overlevering slechts ontoelaatbaar verklaren indien:
a. ten aanzien van de aan hem voorgeleide persoon niet kan worden vastgesteld dat deze degene is wiens overlevering wordt gevraagd; of
b. de overlevering is gevraagd terzake van strafbare feiten waarvan het Speciaal Tribunaal ingevolge zijn Statuut kennelijk niet bevoegd is kennis te nemen.
4. De uitspraak van de rechtbank is onmiddellijk uitvoerbaar.
5. De artikelen 29, 30, eerste volzin, en tweede lid, 32, 33, eerste en tweede lid, 36, 41 tot en met 47– met uitzondering van de verwijzing in artikel 47, derde lid, naar artikel 552d, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering– en 52 tot en met 60 van de Uitleveringswetzijn van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van artikel 41, vijfde lid, tweede volzin, van de Uitleveringswetwordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam gelezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
2. De artikelen 21 tot en met 27– met uitzondering van artikel 26, derde lid, – en 28, eerste lid, van de Uitleveringswetzijn van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van artikel 22awordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam gelezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
3. De rechtbank kan bij zijn uitspraak over de vatbaarheid voor inwilliging van het verzoek van het Speciaal Tribunaal de overlevering slechts ontoelaatbaar verklaren indien:
a. ten aanzien van de aan hem voorgeleide persoon niet kan worden vastgesteld dat deze degene is wiens overlevering wordt gevraagd; of
b. de overlevering is gevraagd terzake van strafbare feiten waarvan het Speciaal Tribunaal ingevolge zijn Statuut kennelijk niet bevoegd is kennis te nemen.
4. De uitspraak van de rechtbank is onmiddellijk uitvoerbaar.
5. De artikelen 29, 30, eerste volzin, en tweede lid, 32, 33, eerste en tweede lid, 36, 41 tot en met 47– met uitzondering van de verwijzing in artikel 47, derde lid, naar artikel 552d, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering– en 52 tot en met 60 van de Uitleveringswetzijn van overeenkomstige toepassing. Voor de toepassing van artikel 41, vijfde lid, tweede volzin, van de Uitleveringswetwordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket Amsterdam gelezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.