BWBR0025263
Geldig vanaf 2009-02-06
Artikel 3
Uitvoeringswet Speciaal Tribunaal voor Libanon
1. Op verzoek van het Speciaal Tribunaal kunnen personen wier aanhouding als verdachte door het Speciaal Tribunaal is gelast en die in Nederland worden aangetroffen, voorlopig worden aangehouden.
2. Iedere officier van justitie en hulpofficier van justitie is bevoegd de voorlopige aanhouding te bevelen.
3. Het bepaalde in de artikelen 14, tweede tot en met het vijfde lid, 15, 16, eerste lid, onder a, 16aen 17 van de Uitleveringswetis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aangehouden persoon zo spoedig mogelijk wordt voorgeleid aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage. Voor de toepassing van artikel 16a wordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam gelezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.
2. Iedere officier van justitie en hulpofficier van justitie is bevoegd de voorlopige aanhouding te bevelen.
3. Het bepaalde in de artikelen 14, tweede tot en met het vijfde lid, 15, 16, eerste lid, onder a, 16aen 17 van de Uitleveringswetis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de aangehouden persoon zo spoedig mogelijk wordt voorgeleid aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage. Voor de toepassing van artikel 16a wordt in plaats van officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam gelezen de officier van justitie bij het arrondissementsparket te ’s-Gravenhage.