BWBR0025039
Geldig vanaf 2009-01-01
Artikel 4
Wet participatiebudget
1. Het college legt verantwoording af aan Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitvoering van deze wet, op de wijze, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008290/artikel/17a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet</a>.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008290/artikel/17a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet</a>, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 2, niet volledig of onrechtmatig is besteed, wordt de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid teruggevorderd. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.
3. Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008290/artikel/17a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet</a>, niet volledig door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen binnen dertien maanden na het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, wordt de uitkering teruggevorderd. Indien volledige terugvordering naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, stelt Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de terugvordering op een lager bedrag vast. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet binnen drie maanden na afloop van de dertien maanden, bedoeld in de eerste zin, mededeling van terugvordering aan het college.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de terugvordering, bedoeld in het tweede en derde lid, alsmede over de verdeling van de teruggevorderde gelden. Daarbij kan worden bepaald dat een gedeelte van het niet bestede deel van de uitkering niet wordt teruggevorderd.
2. Indien uit de verantwoordingsinformatie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008290/artikel/17a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet</a>, blijkt dat de uitkering, bedoeld in artikel 2, niet volledig of onrechtmatig is besteed, wordt de uitkering ter hoogte van het niet of onrechtmatig bestede deel door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid teruggevorderd. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet binnen een jaar na ontvangst van de verantwoordingsinformatie mededeling van de terugvordering aan het college.
3. Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008290/artikel/17a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet</a>, niet volledig door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is ontvangen binnen dertien maanden na het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft, wordt de uitkering teruggevorderd. Indien volledige terugvordering naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, stelt Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de terugvordering op een lager bedrag vast. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid doet binnen drie maanden na afloop van de dertien maanden, bedoeld in de eerste zin, mededeling van terugvordering aan het college.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de terugvordering, bedoeld in het tweede en derde lid, alsmede over de verdeling van de teruggevorderde gelden. Daarbij kan worden bepaald dat een gedeelte van het niet bestede deel van de uitkering niet wordt teruggevorderd.