BWBR0025025
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 3
Regeling Subsidies Buitenland
1. De aanvrager dient in Nederland gevestigd te zijn en, indien hij/zij niet de Nederlandse nationaliteit bezit, over een zodanige verblijfsvergunning op grond van de Vreemdelingenwet te beschikken dat een beroep op de openbare kas gedaan kan worden, zonder dat een dergelijk beroep tot gevolg heeft dat de verblijfsvergunning komt te vervallen.
Deze verblijfsvergunning dient tenminste te gelden voor de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
2. De kunstenaar, die een aanvraag doet voor een subsidie buitenland dient tenminste vier jaar als kunstenaar werkzaam te zijn dan wel tenminste twee jaar een HBO-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd.
3. Een bemiddelaar die een aanvraag doet voor een subsidie buitenland dient tenminste twee jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als bemiddelaar op het gebied van de beeldende kunsten. Dit moet worden aangetoond aan de hand van publicaties, tentoonstellingen, onderzoeken en/of geïnitieerde projecten.
Deze verblijfsvergunning dient tenminste te gelden voor de periode waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
2. De kunstenaar, die een aanvraag doet voor een subsidie buitenland dient tenminste vier jaar als kunstenaar werkzaam te zijn dan wel tenminste twee jaar een HBO-opleiding aan een opleidingsinstituut voor beeldende kunsten te hebben gevolgd.
3. Een bemiddelaar die een aanvraag doet voor een subsidie buitenland dient tenminste twee jaar professioneel werkzaam te zijn geweest als bemiddelaar op het gebied van de beeldende kunsten. Dit moet worden aangetoond aan de hand van publicaties, tentoonstellingen, onderzoeken en/of geïnitieerde projecten.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025025
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl