BWBR0025025
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 16
Regeling Subsidies Buitenland
1. Bij de advisering over de subsidies buitenland zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 dient het adviesorgaan in haar oordeel in ieder geval te betrekken of de artistieke prestaties van de kunstenaar van belang zijn of bij een beginnend kunstenaar naar verwachting van belang zullen worden voor de hedendaagse beeldende kunsten.
2. Bij de advisering over de subsidies buitenland zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 kan het bevoegd adviesorgaan de volgende aspecten in haar oordeel betrekken:
– de plannen met betrekking tot het project in het buitenland;
– de motivering met betrekking tot het project in het buitenland;
– het effect dat deelname aan het project zal hebben op het kunstenaarschap van deanvrager;
– het effect dat deelname aan het project naar verwachting zal hebben op de beeldende kunsten in Nederland;
– de samenstelling van de groep;
– eventueel overige in de toelichting bij het aanvraagformulier genoemde aspecten.
3. De artistieke prestaties en het plan dan wel motivering bij een aanvraag zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 zal een zwaarder beoordeeld worden indien de aanvrager reeds eerder een subsidie buitenland heeft ontvangen.
4. Indien in de eerste stemronde geen enkel commissielid positief oordeelt over de in het eerste lid bedoelde artistieke prestaties, wordt een negatief advies uitgebracht.
5. In de tweede stemronde geven de afzonderlijke commissieleden een oordeel over het in het eerste lid genoemde criterium en de in het tweede lid genoemde aspecten voor zover van toepassing. Indien in de tweede stemronde niet door de meerderheid een positief advies wordt uitgebracht, wordt een negatief advies uitgebracht.
6. In de laatste stemronde stelt het adviesorgaan aan de hand van het in het eerste lid genoemde criterium en de overige in het tweede lid genoemde aspecten, voorzover van toepassing, in volgorde van prioriteit de voordracht samen.
7. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het projectvoorstel van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
8. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
9. Bij de beoordeling van een aanvraag zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 dient het bevoegd adviesorgaan te beoordelen of de artistieke prestaties van de aanvrager van belang zijn of naar verwachting zullen worden voor de hedendaagse beeldende kunst.
Daarnaast beoordeelt het bevoegd adviesorgaan of het bij de aanvraag behorende plan in samenhang met de artistieke prestaties van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst.
2. Bij de advisering over de subsidies buitenland zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 kan het bevoegd adviesorgaan de volgende aspecten in haar oordeel betrekken:
– de plannen met betrekking tot het project in het buitenland;
– de motivering met betrekking tot het project in het buitenland;
– het effect dat deelname aan het project zal hebben op het kunstenaarschap van deanvrager;
– het effect dat deelname aan het project naar verwachting zal hebben op de beeldende kunsten in Nederland;
– de samenstelling van de groep;
– eventueel overige in de toelichting bij het aanvraagformulier genoemde aspecten.
3. De artistieke prestaties en het plan dan wel motivering bij een aanvraag zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 zal een zwaarder beoordeeld worden indien de aanvrager reeds eerder een subsidie buitenland heeft ontvangen.
4. Indien in de eerste stemronde geen enkel commissielid positief oordeelt over de in het eerste lid bedoelde artistieke prestaties, wordt een negatief advies uitgebracht.
5. In de tweede stemronde geven de afzonderlijke commissieleden een oordeel over het in het eerste lid genoemde criterium en de in het tweede lid genoemde aspecten voor zover van toepassing. Indien in de tweede stemronde niet door de meerderheid een positief advies wordt uitgebracht, wordt een negatief advies uitgebracht.
6. In de laatste stemronde stelt het adviesorgaan aan de hand van het in het eerste lid genoemde criterium en de overige in het tweede lid genoemde aspecten, voorzover van toepassing, in volgorde van prioriteit de voordracht samen.
7. Indien het bevoegde adviesorgaan de in het eerste lid lid van dit artikel bedoelde prestaties in samenhang met het projectvoorstel van de aanvrager niet van voldoende belang acht, komt zij tot een negatief advies over de aanvraag.
8. Indien het bevoegde adviesorgaan op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde prestaties van de aanvrager in samenhang met het plan wèl van voldoende belang acht, dan brengt zij een positief advies uit. Dit advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van het toe te kennen subsidiebedrag alsmede de periode waarover de subsidie verstrekt wordt.
9. Bij de beoordeling van een aanvraag zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 dient het bevoegd adviesorgaan te beoordelen of de artistieke prestaties van de aanvrager van belang zijn of naar verwachting zullen worden voor de hedendaagse beeldende kunst.
Daarnaast beoordeelt het bevoegd adviesorgaan of het bij de aanvraag behorende plan in samenhang met de artistieke prestaties van belang is voor de hedendaagse beeldende kunst.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025025
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl