BWBR0025025
Geldig vanaf 01-01-2009
Artikel 13
Regeling Subsidies Buitenland
1. Een aanvrager die voor deelname aan een project in het buitenland in aanmerking wenst te komen, dient bij het bestuur een aanvraag daartoe te doen, met gebruikmaking van een voor dit doel door het bestuur te verstrekken aanvraagformulier.
2. Een aanvrager die voor een vervolgsubsidie, zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 in aanmerking wenst te komen, dient bij het bestuur een aanvraag daartoe te doen, met gebruikmaking van een voor dit doel door het bestuur te verstrekken aanvraagformulier.
3. In de toelichting van de in het eerste en tweede lid bedoelde aanvraagformulieren staan de selectieprocedure en de criteria, waaraan de aanvraag voor het specifieke project worden getoetst, vermeld.
4. Het in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde aanvraagformulieren dienen volledig en volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen te zijn ingevuld.
5. De aanvraagformulieren dienen te worden vergezeld van het in de toelichting bij het formulier voorgeschreven documentatie- en informatiemateriaal, opdat beoordeeld kan worden of de aanvrager aan de voorwaarde gesteld in artikel 2 voldoet.
6. Indien documentatiemateriaal van werk wordt ingezonden, dat door meer personen vervaardigd is, dient aangegeven te worden welk deel daarvan door de aanvrager is vervaardigd.
7. Indien de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit, dient het aanvraagformulier vergezeld te gaan van afschriften van documenten waaruit blijkt dat de aanvrager in het bezit is van een geldige verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet.
2. Een aanvrager die voor een vervolgsubsidie, zoals bedoeld in artikel 5 lid 2 in aanmerking wenst te komen, dient bij het bestuur een aanvraag daartoe te doen, met gebruikmaking van een voor dit doel door het bestuur te verstrekken aanvraagformulier.
3. In de toelichting van de in het eerste en tweede lid bedoelde aanvraagformulieren staan de selectieprocedure en de criteria, waaraan de aanvraag voor het specifieke project worden getoetst, vermeld.
4. Het in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde aanvraagformulieren dienen volledig en volgens de in de toelichting bij het formulier vermelde richtlijnen te zijn ingevuld.
5. De aanvraagformulieren dienen te worden vergezeld van het in de toelichting bij het formulier voorgeschreven documentatie- en informatiemateriaal, opdat beoordeeld kan worden of de aanvrager aan de voorwaarde gesteld in artikel 2 voldoet.
6. Indien documentatiemateriaal van werk wordt ingezonden, dat door meer personen vervaardigd is, dient aangegeven te worden welk deel daarvan door de aanvrager is vervaardigd.
7. Indien de aanvrager niet de Nederlandse nationaliteit bezit, dient het aanvraagformulier vergezeld te gaan van afschriften van documenten waaruit blijkt dat de aanvrager in het bezit is van een geldige verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet.
- Citeren als
- Art. 13
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0025025
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl