BWBR0025003
Geldig vanaf 2012-03-17
Artikel 4
Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
1. Indien iemand die meent rechthebbende te zijn of zijn erfgenaam het CAK verzoekt om informatie over de gronden waarop een tegemoetkoming is verleend of geweigerd, verstrekt het CAK binnen 30 dagen na het verzoek kosteloos en in begrijpelijke taal schriftelijk de gevraagde informatie. Het verzoek kan worden gedaan vanaf 1 november van het kalenderjaar volgend op het berekeningsjaar. Het CAK gaat bij dit verzoek, na toestemming van verzoeker, bij zorgverzekeraars als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0018450/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet</a>, indicatieorganen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002614/artikel/9a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9a van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten</a>, colleges van burgemeester en wethouders of andere bij algemene maatregel van bestuur bepaalde instanties als bedoeld in artikel 5, tweede lid, na onder welke criteria als bedoeld bij of krachtens artikel 2, eerste lid, degene die meent rechthebbende te zijn, valt en deelt de uitkomst hiervan aan verzoeker mede. De verzoeker legitimeert zich desgevraagd op deugdelijke wijze.
2. Indien iemand die meent rechthebbende te zijn of diens erfgenaam na afloop van de termijn, genoemd in het eerste lid, geen antwoord heeft gekregen van het CAK dan wel het antwoord onvoldoende acht, delen de in het eerste lid genoemde en bedoelde instanties op verzoek van hem of zijn erfgenaam binnen 30 dagen na het verzoek kosteloos en in begrijpelijke taal schriftelijk mede onder welke criteria, met inbegrip van de onderliggende zorggegevens, als bedoeld bij of krachtens artikel 2, eerste lid, degene die meent rechthebbende te zijn, valt.
3. Het CAK kan uitsluitend binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, eerste lid, op grond van een verzoek, bedoeld in het eerste lid, een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verlenen.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de vorm waarin de informatie wordt verstrekt.
2. Indien iemand die meent rechthebbende te zijn of diens erfgenaam na afloop van de termijn, genoemd in het eerste lid, geen antwoord heeft gekregen van het CAK dan wel het antwoord onvoldoende acht, delen de in het eerste lid genoemde en bedoelde instanties op verzoek van hem of zijn erfgenaam binnen 30 dagen na het verzoek kosteloos en in begrijpelijke taal schriftelijk mede onder welke criteria, met inbegrip van de onderliggende zorggegevens, als bedoeld bij of krachtens artikel 2, eerste lid, degene die meent rechthebbende te zijn, valt.
3. Het CAK kan uitsluitend binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, eerste lid, op grond van een verzoek, bedoeld in het eerste lid, een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verlenen.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de vorm waarin de informatie wordt verstrekt.