BWBR0025003
Geldig vanaf 2012-03-17
Artikel 3
Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
1. Het CAK stelt het recht op en de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in het kalenderjaar volgend op het berekeningsjaar, ambtshalve vast dan wel indien pas na dat kalenderjaar blijkt dat een persoon rechthebbende is, uiterlijk voor het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het berekeningsjaar.
2. Het CAK verstrekt de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor het einde van het kalenderjaar waarin het CAK het recht op en de hoogte van die tegemoetkoming ambtshalve heeft vastgesteld.
2. Het CAK verstrekt de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor het einde van het kalenderjaar waarin het CAK het recht op en de hoogte van die tegemoetkoming ambtshalve heeft vastgesteld.