BWBR0025003
Geldig vanaf 2012-03-17
Artikel 26
Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten
1. Tot en met 31 december 2009 behoren mede tot de uitgaven voor specifieke zorgkosten, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 6.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>, de volgende door de belastingplichtige over de kalenderjaren tot en met 2008 verschuldigde bijdragen, voor zover deze na 30 november 2008 aan hem in rekening zijn gebracht en door hem in 2009 zijn betaald of verrekend:
a. de krachtens artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verschuldigde bijdragen in verband met het verblijf in een instelling die is toegelaten om zorg te verlenen, tot een bedrag van 25% van die bijdragen;
b. de krachtens artikel 6, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verschuldigde bijdragen, bij verblijf buiten een instelling als bedoeld in onderdeel a;
c. de krachtens artikel 15 van de Wet maatschappelijke ondersteuning verschuldigde bijdragen, voorzover de belastingplichtige deze verschuldigd is voor huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van die wet of voor een daarvoor bestemd persoonsgebonden budget.
2. Tot en met 31 december 2009 worden de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, mede in aanmerking genomen als uitgaven als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/6.19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6.19 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.
a. de krachtens artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verschuldigde bijdragen in verband met het verblijf in een instelling die is toegelaten om zorg te verlenen, tot een bedrag van 25% van die bijdragen;
b. de krachtens artikel 6, vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten verschuldigde bijdragen, bij verblijf buiten een instelling als bedoeld in onderdeel a;
c. de krachtens artikel 15 van de Wet maatschappelijke ondersteuning verschuldigde bijdragen, voorzover de belastingplichtige deze verschuldigd is voor huishoudelijke verzorging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van die wet of voor een daarvoor bestemd persoonsgebonden budget.
2. Tot en met 31 december 2009 worden de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, mede in aanmerking genomen als uitgaven als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/6.19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6.19 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>.