BWBR0024855
Geldig vanaf 2012-11-23
Artikel 3.7
Subsidieregeling innoveren
1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidie-ontvanger het ontwikkelingsproject en de daarop volgende fase van commercialisatie kan financieren;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidie-ontvanger een ontwikkelingsproject zowel in technische als in economische zin tot een succes zal kunnen maken;
d. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidie-ontvanger de subsidie terug kan betalen binnen de in artikel 3.8, vierde lid, genoemde periode;
e. van het ontwikkelingsproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
2. De afwijzingsgrond, genoemd in artikel 23, onderdeel b, van het Kaderbesluit EZ-subsidiesis niet van toepassing.
a. hij de subsidiabele kosten raamt op minder dan € 150.000;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidie-ontvanger het ontwikkelingsproject en de daarop volgende fase van commercialisatie kan financieren;
c. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidie-ontvanger een ontwikkelingsproject zowel in technische als in economische zin tot een succes zal kunnen maken;
d. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de subsidie-ontvanger de subsidie terug kan betalen binnen de in artikel 3.8, vierde lid, genoemde periode;
e. van het ontwikkelingsproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.
2. De afwijzingsgrond, genoemd in artikel 23, onderdeel b, van het Kaderbesluit EZ-subsidiesis niet van toepassing.