BWBR0024855
Geldig vanaf 2012-11-23
Artikel 4.15
Subsidieregeling innoveren
De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:
a. minder dan drie jaar geleden reeds subsidie krachtens dit hoofdstuk of de Subsidieregeling innovatieprestatiecontracten is verleend, betrekking hebbend op dezelfde of vergelijkbare activiteiten;
b. van de activiteiten onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;
c. de IPC-penvoerder niet aannemelijk maakt dat er een aanzienlijke kans is, dat de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel a, zullen leiden tot het tot stand komen van activiteiten als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel b;
d. de IPC-penvoerder geen maatregelen heeft genomen om de betrokkenheid van het midden- en kleinbedrijf uit de branche bij het collectief onderzoek, bedoeld in artikel 4.10, eerstelid, onderdeel b, te borgen;
e. van de totale kosten voor het collectief onderzoek, bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel b, meer dan 80 procent wordt gedragen door de IPC-penvoerder.
a. minder dan drie jaar geleden reeds subsidie krachtens dit hoofdstuk of de Subsidieregeling innovatieprestatiecontracten is verleend, betrekking hebbend op dezelfde of vergelijkbare activiteiten;
b. van de activiteiten onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;
c. de IPC-penvoerder niet aannemelijk maakt dat er een aanzienlijke kans is, dat de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel a, zullen leiden tot het tot stand komen van activiteiten als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel b;
d. de IPC-penvoerder geen maatregelen heeft genomen om de betrokkenheid van het midden- en kleinbedrijf uit de branche bij het collectief onderzoek, bedoeld in artikel 4.10, eerstelid, onderdeel b, te borgen;
e. van de totale kosten voor het collectief onderzoek, bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel b, meer dan 80 procent wordt gedragen door de IPC-penvoerder.