BWBR0024644
Geldig vanaf 2008-10-29
Artikel 9
Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en Part-66-AML
1. De houder van een Part-66-AML met de bijzondere bevoegdverklaring B1.2 of B3, is tevens bevoegd werkzaamheden te verrichten waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring B volgens artikel 3, eerste lid, vereist is.
2. De houder van een Part-66 AML met de bijzondere bevoegdverklaring in een categorie of subcategorie voor werkzaamheden aan luchtvaartuigen met een maximum startmassa van 5.700 kg of minder, is bevoegd dezelfde werkzaamheden, als waartoe de desbetreffende Part-66 AML strekt, te verrichten en vrij te geven aan:
a. luchtvaartuigen van dezelfde categorie of subcategorie met een maximum startmassa van 5.700 kg of minder als genoemd in onderdeel a van Bijlage II bij verordening (EG) nr. 216/2008 (PbEU L 79);
b. amateurbouwluchtvaartuigen;
c. MLA’s; en
d. MLH’s.
3. De houder van een Part-66-AML met de bijzondere bevoegdverklaring B1 voor werkzaamheden aan luchtvaartuigen met een maximum startmassa van 5700 kg of minder, is bevoegd tot het mede ondertekenen van de verklaring als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Regeling MLA’s.
2. De houder van een Part-66 AML met de bijzondere bevoegdverklaring in een categorie of subcategorie voor werkzaamheden aan luchtvaartuigen met een maximum startmassa van 5.700 kg of minder, is bevoegd dezelfde werkzaamheden, als waartoe de desbetreffende Part-66 AML strekt, te verrichten en vrij te geven aan:
a. luchtvaartuigen van dezelfde categorie of subcategorie met een maximum startmassa van 5.700 kg of minder als genoemd in onderdeel a van Bijlage II bij verordening (EG) nr. 216/2008 (PbEU L 79);
b. amateurbouwluchtvaartuigen;
c. MLA’s; en
d. MLH’s.
3. De houder van een Part-66-AML met de bijzondere bevoegdverklaring B1 voor werkzaamheden aan luchtvaartuigen met een maximum startmassa van 5700 kg of minder, is bevoegd tot het mede ondertekenen van de verklaring als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Regeling MLA’s.