BWBR0024644
Geldig vanaf 2008-10-29
Artikel 6
Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en Part-66-AML
1. De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring, bedoeld in artikel 2en 3, bedraagt ten hoogste twee jaren en kan vervolgens steeds met twee jaren worden verlengd.
2. De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring wordt op aanvraag van de houder verlengd, nadat is aangetoond dat de aanvrager in de twee jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, ten minste zes maanden ervaring heeft verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring vereist is.
3. Een aanvraag voor verlenging wordt niet eerder dan twee maanden voor de vervaldatum van de bijzondere bevoegdheid ingediend.
2. De geldigheidsduur van een bijzondere bevoegdverklaring wordt op aanvraag van de houder verlengd, nadat is aangetoond dat de aanvrager in de twee jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van aanvraag, ten minste zes maanden ervaring heeft verkregen met het onderhoud waarvoor de bijzondere bevoegdverklaring vereist is.
3. Een aanvraag voor verlenging wordt niet eerder dan twee maanden voor de vervaldatum van de bijzondere bevoegdheid ingediend.