BWBR0024591
Geldig vanaf 2008-10-10
Artikel 9
Beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2008
1. Bij een gedraging in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingenwaarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingenen waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van het beboetbare feit alsnog volledig melding, als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingendoet van de desbetreffende arbeid, wordt de boete gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten.
2. Bij een gedraging in strijd met artikel 15, eerste lid, Wet arbeid vreemdelingenwaarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingenen waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van het beboetbare feit alsnog volledig melding als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingendoet van de desbetreffende arbeid, wordt de boete voor de gedraging in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten.
3. Bij een gedraging in strijd met artikel 15, tweede of derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingenwaarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingenen waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van het beboetbare feit alsnog volledig melding als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingendoet van de desbetreffende arbeid, wordt de boete voor de gedraging in strijd met artikel 15, tweede of derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten.
4. Indien sprake is van recidive wordt een boete opgelegd waarbij de regels van artikel 19d, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingenin acht worden genomen
2. Bij een gedraging in strijd met artikel 15, eerste lid, Wet arbeid vreemdelingenwaarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingenen waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van het beboetbare feit alsnog volledig melding als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingendoet van de desbetreffende arbeid, wordt de boete voor de gedraging in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten.
3. Bij een gedraging in strijd met artikel 15, tweede of derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingenwaarbij sprake is van tewerkstelling van een vreemdeling in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingenen waarbij de betrokken dienstverlener binnen 2 weken na de constatering van het beboetbare feit alsnog volledig melding als bedoeld in artikel 1e, tweede lid, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingendoet van de desbetreffende arbeid, wordt de boete voor de gedraging in strijd met artikel 15, tweede of derde lid, van de Wet arbeid vreemdelingen, gematigd tot € 1.500,– voor het totaal van deze beboetbare feiten.
4. Indien sprake is van recidive wordt een boete opgelegd waarbij de regels van artikel 19d, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingenin acht worden genomen