BWBR0024591
Geldig vanaf 2008-10-10
Artikel 3
Beleidsregels boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2008
Indien sprake is van een gedraging in strijd met <a href="/wet/BWBR0007149/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen</a>of <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>en de boete wordt opgelegd aan een persoon bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007149/artikel/18a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18a, tweede lid aanhef en onder 2° van de Wet arbeid vreemdelingen</a>, wordt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen boete gehanteerd: 0,5 maal het boetenormbedrag. Dit uitgangspunt geldt alleen in gevallen waarin geen matiging van de boete op grond van artikel 7, 8, 9of 10van deze Beleidsregels wordt toegepast.