Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– CPS: Christelijk Pedagogisch Studiecentrum, een instelling als genoemd in de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;
– klokuur: uur van 60 minuten van 60 seconden;
– maatschappelijke stage: vorm van leren buiten de school waarbij leerlingen in het voortgezet onderwijs vanuit de school door middel van vrijwilligersactiviteiten kennis maken met en een actieve bijdrage leveren aan allerlei aspecten en onderdelen van de samenleving;
– Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft landbouwonderwijs, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– penvoerder: school, door het samenwerkingsverband binnen een pilot project maatschappelijke stage aangewezen penvoerende school, welke tevens kassier is van datzelfde pilot project maatschappelijke stage;
– pilotprojectgebied: gebied waarbinnen een pilot project maatschappelijke stage acteert; ten behoeve van artikel 4, derde lid, van deze regeling worden niet alle scholen binnen een pilot project maatschappelijke stage gerekend tot het pilotprojectgebied, maar slechts de scholen die daadwerkelijk participeren in datzelfde pilot project maatschappelijke stage;
– pilot project maatschappelijke stage: project in het schooljaar 2008–2009 waarbij de penvoerder van het samenwerkingsverband subsidie verkrijgt van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van deze regeling als onderdeel van de gefaseerde invoering van de maatschappelijke stage die informatie moet opleveren over de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en het maatschappelijk rendement van de maatschappelijke stage;
– samenwerkingsverband: verband van minimaal twee of meer scholen en een of meer stagebieders en één van de hiernagenoemde partijen: een stagemakelaar en/of gemeenten, die aan de hand van een schriftelijke verklaring, kunnen aantonen dat zij samenwerken bij het uitvoeren van een pilot project maatschappelijke stage;
– school: uit ’s Rijks kas bekostigde school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, waaronder begrepen het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum, bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
– CPS: Christelijk Pedagogisch Studiecentrum, een instelling als genoemd in de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;
– klokuur: uur van 60 minuten van 60 seconden;
– maatschappelijke stage: vorm van leren buiten de school waarbij leerlingen in het voortgezet onderwijs vanuit de school door middel van vrijwilligersactiviteiten kennis maken met en een actieve bijdrage leveren aan allerlei aspecten en onderdelen van de samenleving;
– Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft landbouwonderwijs, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
– penvoerder: school, door het samenwerkingsverband binnen een pilot project maatschappelijke stage aangewezen penvoerende school, welke tevens kassier is van datzelfde pilot project maatschappelijke stage;
– pilotprojectgebied: gebied waarbinnen een pilot project maatschappelijke stage acteert; ten behoeve van artikel 4, derde lid, van deze regeling worden niet alle scholen binnen een pilot project maatschappelijke stage gerekend tot het pilotprojectgebied, maar slechts de scholen die daadwerkelijk participeren in datzelfde pilot project maatschappelijke stage;
– pilot project maatschappelijke stage: project in het schooljaar 2008–2009 waarbij de penvoerder van het samenwerkingsverband subsidie verkrijgt van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van deze regeling als onderdeel van de gefaseerde invoering van de maatschappelijke stage die informatie moet opleveren over de haalbaarheid, uitvoerbaarheid en het maatschappelijk rendement van de maatschappelijke stage;
– samenwerkingsverband: verband van minimaal twee of meer scholen en een of meer stagebieders en één van de hiernagenoemde partijen: een stagemakelaar en/of gemeenten, die aan de hand van een schriftelijke verklaring, kunnen aantonen dat zij samenwerken bij het uitvoeren van een pilot project maatschappelijke stage;
– school: uit ’s Rijks kas bekostigde school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, waaronder begrepen het voorbereidend beroepsonderwijs in een agrarisch opleidingscentrum, bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs.