BWBR0023852
Geldig vanaf 2008-05-18
Artikel 3
Tijdelijke subsidieregeling korte termijn energieonderzoek
1. De subsidie bedraagt 25 procent van de projectkosten, indien deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling, maar niet meer dan € 1.000.000.
2. De subsidie bedraagt 50 procent van de projectkosten, indien deze betrekking hebben op industrieel onderzoek, maar niet meer dan € 1.000.000.
3. Indien de projectkosten betrekking hebben op zowel experimentele ontwikkeling als industrieel onderzoek, bedraagt de subsidie het gewogen gemiddelde van de in het eerste en tweede lid genoemde percentages van de desbetreffende projectkosten, maar niet meer dan € 1.000.000.
4. De subsidie bedraagt 50 procent van de projectkosten, indien deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie, maar niet meer dan € 50.000. Indien de haalbaarheidstudie door een ondernemer die een andere onderneming in stand houdt dan een kleine of middelgrote onderneming en ter voorbereiding van activiteiten op het gebied van experimentele ontwikkeling wordt uitgevoerd, bedraagt de subsidie 40% van de projectkosten, maar niet meer dan € 50.000.
5. De in het eerste tot en met derde lid genoemde percentages worden verhoogd met 10 procentpunten, indien subsidie verstrekt wordt aan deelnemers in een samenwerkingsverband voor zover de projectkosten worden gemaakt en betaald door een deelnemer die een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt.
6. Onverminderd het vijfde lid worden de in het eerste tot en met derde lid genoemde percentages verhoogd met 10 procentpunten, indien subsidie verstrekt wordt aan deelnemers in een samenwerkingsverband, indien:
a. ten minste één deelnemer een kennisinstelling is, of
b. ten minste één deelnemer in het samenwerkingsverband in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland is gevestigd en niet behoort tot een groep van een in Nederland gevestigde deelnemer.
7. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het desbetreffende bedrag genoemd in het eerste tot en met vierde lid, noch, uitgedrukt in een percentage van de projectkosten, meer bedraagt dan het ingevolge het eerste tot en met zesde lid geldende percentage.
8. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het desbetreffende bedrag genoemd in het eerste tot en met het vierde lid, noch meer bedraagt dan 50 procent van de projectkosten voor zover het experimentele ontwikkeling en 75 procent van de projectkosten voor zover het industrieel onderzoek betreft.
2. De subsidie bedraagt 50 procent van de projectkosten, indien deze betrekking hebben op industrieel onderzoek, maar niet meer dan € 1.000.000.
3. Indien de projectkosten betrekking hebben op zowel experimentele ontwikkeling als industrieel onderzoek, bedraagt de subsidie het gewogen gemiddelde van de in het eerste en tweede lid genoemde percentages van de desbetreffende projectkosten, maar niet meer dan € 1.000.000.
4. De subsidie bedraagt 50 procent van de projectkosten, indien deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie, maar niet meer dan € 50.000. Indien de haalbaarheidstudie door een ondernemer die een andere onderneming in stand houdt dan een kleine of middelgrote onderneming en ter voorbereiding van activiteiten op het gebied van experimentele ontwikkeling wordt uitgevoerd, bedraagt de subsidie 40% van de projectkosten, maar niet meer dan € 50.000.
5. De in het eerste tot en met derde lid genoemde percentages worden verhoogd met 10 procentpunten, indien subsidie verstrekt wordt aan deelnemers in een samenwerkingsverband voor zover de projectkosten worden gemaakt en betaald door een deelnemer die een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt.
6. Onverminderd het vijfde lid worden de in het eerste tot en met derde lid genoemde percentages verhoogd met 10 procentpunten, indien subsidie verstrekt wordt aan deelnemers in een samenwerkingsverband, indien:
a. ten minste één deelnemer een kennisinstelling is, of
b. ten minste één deelnemer in het samenwerkingsverband in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland is gevestigd en niet behoort tot een groep van een in Nederland gevestigde deelnemer.
7. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het desbetreffende bedrag genoemd in het eerste tot en met vierde lid, noch, uitgedrukt in een percentage van de projectkosten, meer bedraagt dan het ingevolge het eerste tot en met zesde lid geldende percentage.
8. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het desbetreffende bedrag genoemd in het eerste tot en met het vierde lid, noch meer bedraagt dan 50 procent van de projectkosten voor zover het experimentele ontwikkeling en 75 procent van de projectkosten voor zover het industrieel onderzoek betreft.