BWBR0023852
Geldig vanaf 2008-05-18
Artikel 2
Tijdelijke subsidieregeling korte termijn energieonderzoek
1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan:
a. de in Nederland gevestigde deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een project uitvoeren dat past in een energiethema, of
b. een in Nederland gevestigde ondernemer die voor eigen rekening en risico een project, niet zijnde een haalbaarheidsstudie, uitvoert dat past in een energiethema: 1°. in samenhang met activiteiten die worden uitgevoerd door een of meer andere natuurlijke personen of rechtspersonen die niet in Nederland gevestigd zijn en die niet met hem in een groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of maatschap zijn verbonden, of
2°. waarvan een deel van de activiteiten wordt uitbesteed aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen, die niet met hem in een groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of maatschap zijn verbonden.
1°. in samenhang met activiteiten die worden uitgevoerd door een of meer andere natuurlijke personen of rechtspersonen die niet in Nederland gevestigd zijn en die niet met hem in een groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of maatschap zijn verbonden, of
2°. waarvan een deel van de activiteiten wordt uitbesteed aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen, die niet met hem in een groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of maatschap zijn verbonden.
2. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de in Nederland gevestigde deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden.
3. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt;
b. aan een overheid of overheidsinstelling, tenzij het een kennisinstelling betreft;
c. voor zover door verlening van de subsidie in het kalenderjaar waarin de beschikking wordt gegeven aan de aanvrager dan wel aan de tot dezelfde groep als de aanvrager behorende ondernemers meer dan een bij regeling van de minister vast te stellen bedrag aan subsidie op grond van deze regeling zou worden verstrekt.
4. Als energiethema worden aangewezen de navolgende thema’s en combinaties daarvan:
a. biomassa;
b. nieuw gas/schoon fossiel;
c. energie-efficiëntie in de industriële en agrarische sector;
d. gebouwde omgeving;
e. opwekking en netten.
a. de in Nederland gevestigde deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een project uitvoeren dat past in een energiethema, of
b. een in Nederland gevestigde ondernemer die voor eigen rekening en risico een project, niet zijnde een haalbaarheidsstudie, uitvoert dat past in een energiethema: 1°. in samenhang met activiteiten die worden uitgevoerd door een of meer andere natuurlijke personen of rechtspersonen die niet in Nederland gevestigd zijn en die niet met hem in een groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of maatschap zijn verbonden, of
2°. waarvan een deel van de activiteiten wordt uitbesteed aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen, die niet met hem in een groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of maatschap zijn verbonden.
1°. in samenhang met activiteiten die worden uitgevoerd door een of meer andere natuurlijke personen of rechtspersonen die niet in Nederland gevestigd zijn en die niet met hem in een groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of maatschap zijn verbonden, of
2°. waarvan een deel van de activiteiten wordt uitbesteed aan andere natuurlijke personen of rechtspersonen, die niet met hem in een groep, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma of maatschap zijn verbonden.
2. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de in Nederland gevestigde deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden.
3. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt;
b. aan een overheid of overheidsinstelling, tenzij het een kennisinstelling betreft;
c. voor zover door verlening van de subsidie in het kalenderjaar waarin de beschikking wordt gegeven aan de aanvrager dan wel aan de tot dezelfde groep als de aanvrager behorende ondernemers meer dan een bij regeling van de minister vast te stellen bedrag aan subsidie op grond van deze regeling zou worden verstrekt.
4. Als energiethema worden aangewezen de navolgende thema’s en combinaties daarvan:
a. biomassa;
b. nieuw gas/schoon fossiel;
c. energie-efficiëntie in de industriële en agrarische sector;
d. gebouwde omgeving;
e. opwekking en netten.