BWBR0023701
Geldig vanaf 2013-12-02
Artikel 21a
Regeling superheffing 2008
1. Een koper doet voor 15 mei opgave aan de Minister ten aanzien van de in de afgelopen heffingsperiode van producenten ontvangen melk en vermeldt daarbij:
a. het totaal van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk;
b. het gemiddelde vetgehalte van het totaal van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk;
c. het totaal van de toegedeelde kilogrammen melk en vet waarover de producenten beschikken;
d. het totaal van de hoeveelheden melk, na correctie per producent, van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte;
e. de per producent geleverde hoeveelheden melk, onderscheiden naar: 1°. de feitelijk geleverde hoeveelheden melk, in totaal en per maand;
2°. de hoeveelheid vet van die melk, in totaal en per maand, en
3°. de hoeveelheden melk, na correctie van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte, en
1°. de feitelijk geleverde hoeveelheden melk, in totaal en per maand;
2°. de hoeveelheid vet van die melk, in totaal en per maand, en
3°. de hoeveelheden melk, na correctie van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte, en
f. de naam, het adres en het relatienummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel hh, van de Regeling identificatie en registratie van dieren, van de producent.
2. De koper doet ten aanzien van in de heffingsperiode van anderen dan producenten ontvangen melk desgevraagd opgave aan de minister van:
a. de, per leverancier, aan de koper geleverde hoeveelheden melk, alsmede de hoeveelheid vet van die melk onder vermelding van naam en adres van de leverancier, of
b. het totaal van de door anderen dan de producenten aan de koper geleverde hoeveelheden melk en de totale hoeveelheid vet van die melk.
3. De koper doet opgave als bedoeld in het eerste lid met behulp van het door de minister vastgesteld formulier.
a. het totaal van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk;
b. het gemiddelde vetgehalte van het totaal van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk;
c. het totaal van de toegedeelde kilogrammen melk en vet waarover de producenten beschikken;
d. het totaal van de hoeveelheden melk, na correctie per producent, van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte;
e. de per producent geleverde hoeveelheden melk, onderscheiden naar: 1°. de feitelijk geleverde hoeveelheden melk, in totaal en per maand;
2°. de hoeveelheid vet van die melk, in totaal en per maand, en
3°. de hoeveelheden melk, na correctie van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte, en
1°. de feitelijk geleverde hoeveelheden melk, in totaal en per maand;
2°. de hoeveelheid vet van die melk, in totaal en per maand, en
3°. de hoeveelheden melk, na correctie van de feitelijk geleverde hoeveelheden melk op grond van de vergelijking van het geconstateerde gemiddelde vetgehalte met het voor de producent geldende representatieve vetgehalte, en
f. de naam, het adres en het relatienummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel hh, van de Regeling identificatie en registratie van dieren, van de producent.
2. De koper doet ten aanzien van in de heffingsperiode van anderen dan producenten ontvangen melk desgevraagd opgave aan de minister van:
a. de, per leverancier, aan de koper geleverde hoeveelheden melk, alsmede de hoeveelheid vet van die melk onder vermelding van naam en adres van de leverancier, of
b. het totaal van de door anderen dan de producenten aan de koper geleverde hoeveelheden melk en de totale hoeveelheid vet van die melk.
3. De koper doet opgave als bedoeld in het eerste lid met behulp van het door de minister vastgesteld formulier.