BWBR0023701
Geldig vanaf 2013-12-02
Artikel 10
Regeling superheffing 2008
1. Indien naar het oordeel van de minister een overdracht van grond dan wel het aangaan of beëindigen van een pachtovereenkomst kennelijk uitsluitend tot doel heeft gehad het maximum gesteld in artikel 7, tweede lid, te ontgaan, kan de minister binnen een tijdvak van 3 jaren na overdracht van het quotum, besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid ter zake van die overdracht geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt.
2. Indien een aanspraak ingevolge het eerste lid geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend:
a. kan erkenning van de aanspraak op het quotum bij de vervreemder plaatsvinden indien de verkrijger en de vervreemder overeenkomen dat de overdracht van het quotum ongedaan wordt gemaakt met ingang van de datum waarop partijen van deze overeenkomst op een daartoe voorgeschreven formulier bij de minister hebben kennisgegeven;
b. kan erkenning van de aanspraak op het quotum bij de verkrijger plaatsvinden, indien alsnog daadwerkelijk voor de melkproductie gebruikte grond aan hem wordt overgedragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 met ingang van de datum waarop de betrokken registratie overeenkomstig de procedure van artikel 11 heeft plaatsgevonden.
3. De erkenning als bedoeld in het tweede lid wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de betrokken heffingsperiode.
4. De verkrijger kan op diens verzoek voor het niet erkende deel van het quotum aanspraak maken op een vergoeding van € 0,29 per kilogram quotum. Voor zover deze vergoeding toegekend wordt, is het in het tweede lid bepaalde niet van toepassing. De Minister beslist op het verzoek.
5. Indien bij toepassing van artikel 9, tweede lid, onderdeel b, naar het oordeel van de minister in het tijdvak van drie jaren volgend op de overdracht van het quotum, het bedrijf niet of niet meer als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet, kan de minister besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid, die het maximum van 20.000 kg per overgedragen hectare te boven gaat, geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt.
2. Indien een aanspraak ingevolge het eerste lid geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend:
a. kan erkenning van de aanspraak op het quotum bij de vervreemder plaatsvinden indien de verkrijger en de vervreemder overeenkomen dat de overdracht van het quotum ongedaan wordt gemaakt met ingang van de datum waarop partijen van deze overeenkomst op een daartoe voorgeschreven formulier bij de minister hebben kennisgegeven;
b. kan erkenning van de aanspraak op het quotum bij de verkrijger plaatsvinden, indien alsnog daadwerkelijk voor de melkproductie gebruikte grond aan hem wordt overgedragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 met ingang van de datum waarop de betrokken registratie overeenkomstig de procedure van artikel 11 heeft plaatsgevonden.
3. De erkenning als bedoeld in het tweede lid wordt gerelateerd aan de nog niet verstreken periode van de betrokken heffingsperiode.
4. De verkrijger kan op diens verzoek voor het niet erkende deel van het quotum aanspraak maken op een vergoeding van € 0,29 per kilogram quotum. Voor zover deze vergoeding toegekend wordt, is het in het tweede lid bepaalde niet van toepassing. De Minister beslist op het verzoek.
5. Indien bij toepassing van artikel 9, tweede lid, onderdeel b, naar het oordeel van de minister in het tijdvak van drie jaren volgend op de overdracht van het quotum, het bedrijf niet of niet meer als een zelfstandige eenheid ongewijzigd wordt voortgezet, kan de minister besluiten dat een aanspraak op deze hoeveelheid, die het maximum van 20.000 kg per overgedragen hectare te boven gaat, geheel of gedeeltelijk niet meer wordt erkend, te rekenen vanaf het tijdstip van registratie, met dien verstande dat de niet-erkenning maximaal 12 maanden terugwerkt.