BWBR0023701
Geldig vanaf 2013-12-02
Artikel 21
Regeling superheffing 2008
1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 23, eerste lid, van de commissieverordening, erkent de minister op verzoek een koper die actief is op Nederlands grondgebied, die voldoet aan het bepaalde in de artikel 23, tweede lid, van de commissieverordening en
a. die is ingeschreven in het handelsregister in de zin van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007;
b. die zich ertoe verbindt het vetgehalte van de melk te laten vaststellen en het vervoer van melk door middel van daartoe gebruikelijke transportmiddelen te laten verrichten, die de mogelijkheid bieden om de hoeveelheid, de herkomst en de bestemming van de getransporteerde melk vast te stellen;
c. waarvan de bestuurders in een periode van vijf jaren, voorafgaand aan de erkenning van de koper, geen bestuurder zijn geweest van een koper waarvan de erkenning is ingetrokken, ten aanzien waarvan surseance van betaling is verleend of die in staat van faillissement is verklaard;
d. waarvan de eigenaar of eigenaren in een periode van vijf jaren, voorafgaand aan de erkenning van de koper, geen eigenaar of mede-eigenaar zijn geweest van een koper waarvan de erkenning is ingetrokken, ten aanzien waarvan surseance van betaling is verleend of die in staat van faillissement is verklaard.
2. Een verzoek tot erkenning als koper wordt ingediend voor 1 september.
3. De Minister trekt de erkenning van de koper in, indien:
a. de koper niet meer voldoet aan de eisen, gesteld in het eerste lid;
b. de koper in gebreke blijft met de inning van door producenten verschuldigde heffingen als bedoeld in artikel 81 van verordening 1234/2007;
c. de koper niet zijn administratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 24, tweede, derde of vierde lid, van de commissieverordening voortdurend bijwerkt;
d. de koper niet op 1 juli zijn aangifte heeft ingediend. Artikel 8, vierde lid, van de commissieverordening is van toepassing;
e. de in artikel 23, derde lid, van de commissieverordening bedoelde gevallen zich voordoen, behoudens in geval artikel 23, vierde lid, van de commissieverordening van toepassing is.
4. De Minister kan bepalen dat de intrekking van de erkenning, bedoeld in het derde lid, met betrekking tot de producenten die aan de desbetreffende koper leveren op het moment dat dit besluit wordt genomen, van kracht wordt met ingang van de volgende heffingsperiode.
5. In afwijking van het derde lid kan de minister in het geval van een situatie zoals bedoeld in het derde lid, onderdeel b, aan de erkenning van een koper de voorwaarde verbinden dat de inhoudingen op de te betalen melkprijs, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, worden verricht. Indien de minister deze aanvullende voorwaarde stelt, is artikel 19a, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
6. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend met een door de minister vastgesteld formulier.
a. die is ingeschreven in het handelsregister in de zin van artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007;
b. die zich ertoe verbindt het vetgehalte van de melk te laten vaststellen en het vervoer van melk door middel van daartoe gebruikelijke transportmiddelen te laten verrichten, die de mogelijkheid bieden om de hoeveelheid, de herkomst en de bestemming van de getransporteerde melk vast te stellen;
c. waarvan de bestuurders in een periode van vijf jaren, voorafgaand aan de erkenning van de koper, geen bestuurder zijn geweest van een koper waarvan de erkenning is ingetrokken, ten aanzien waarvan surseance van betaling is verleend of die in staat van faillissement is verklaard;
d. waarvan de eigenaar of eigenaren in een periode van vijf jaren, voorafgaand aan de erkenning van de koper, geen eigenaar of mede-eigenaar zijn geweest van een koper waarvan de erkenning is ingetrokken, ten aanzien waarvan surseance van betaling is verleend of die in staat van faillissement is verklaard.
2. Een verzoek tot erkenning als koper wordt ingediend voor 1 september.
3. De Minister trekt de erkenning van de koper in, indien:
a. de koper niet meer voldoet aan de eisen, gesteld in het eerste lid;
b. de koper in gebreke blijft met de inning van door producenten verschuldigde heffingen als bedoeld in artikel 81 van verordening 1234/2007;
c. de koper niet zijn administratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 24, tweede, derde of vierde lid, van de commissieverordening voortdurend bijwerkt;
d. de koper niet op 1 juli zijn aangifte heeft ingediend. Artikel 8, vierde lid, van de commissieverordening is van toepassing;
e. de in artikel 23, derde lid, van de commissieverordening bedoelde gevallen zich voordoen, behoudens in geval artikel 23, vierde lid, van de commissieverordening van toepassing is.
4. De Minister kan bepalen dat de intrekking van de erkenning, bedoeld in het derde lid, met betrekking tot de producenten die aan de desbetreffende koper leveren op het moment dat dit besluit wordt genomen, van kracht wordt met ingang van de volgende heffingsperiode.
5. In afwijking van het derde lid kan de minister in het geval van een situatie zoals bedoeld in het derde lid, onderdeel b, aan de erkenning van een koper de voorwaarde verbinden dat de inhoudingen op de te betalen melkprijs, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid, worden verricht. Indien de minister deze aanvullende voorwaarde stelt, is artikel 19a, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
6. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt ingediend met een door de minister vastgesteld formulier.