BWBR0023623
Geldig vanaf 2010-06-18
Artikel 9
Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep
1. Indien de vergunninghouder in het geheel niet voldoet aan een ingebruiknemingsverplichting als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 1, wordt de vergunning krachtens artikel 3.7, tweede lid, onderdeel b, van de wetingetrokken.
2. Indien de vergunninghouder gedeeltelijk niet voldoet aan een ingebruiknemingsverplichting als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 1, kan:
a. de vergunning krachtens artikel 3.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet worden ingetrokken dan wel krachtens artikel 17 van het Frequentiebesluit zo worden gewijzigd dat het recht vervalt om de frequentieruimte te gebruiken die in strijd met de ingebruiknemingsverplichting niet in gebruik is genomen, of
b. aan de overtreder een last onder dwangsom worden opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag de helft bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
3. Aan het eerste en tweede lid, onderdeel a, wordt niet eerder toepassing gegeven dan nadat:
a. de vergunninghouder schriftelijk is geïnformeerd over de ingebruiknemingsverplichting en hierbij tevens een begunstigingstermijn is aangeboden om alsnog aan deze verplichting te voldoen;
b. aan de vergunninghouder een voornemen tot intrekking of wijziging is verzonden en deze hierbij de mogelijkheid is geboden om binnen één maand na dagtekening van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van genoemd voornemen naar voren te brengen, en
c. de onder a genoemde termijn is verstreken zonder dat de vergunninghouder frequentieruimte in gebruik heeft genomen en, indien de vergunninghouder een zienswijze heeft gegeven, deze geen aanleiding geeft van het voornemen af te zien.
4. Alvorens een last onder dwangsom als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.
2. Indien de vergunninghouder gedeeltelijk niet voldoet aan een ingebruiknemingsverplichting als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 1, kan:
a. de vergunning krachtens artikel 3.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet worden ingetrokken dan wel krachtens artikel 17 van het Frequentiebesluit zo worden gewijzigd dat het recht vervalt om de frequentieruimte te gebruiken die in strijd met de ingebruiknemingsverplichting niet in gebruik is genomen, of
b. aan de overtreder een last onder dwangsom worden opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag de helft bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
3. Aan het eerste en tweede lid, onderdeel a, wordt niet eerder toepassing gegeven dan nadat:
a. de vergunninghouder schriftelijk is geïnformeerd over de ingebruiknemingsverplichting en hierbij tevens een begunstigingstermijn is aangeboden om alsnog aan deze verplichting te voldoen;
b. aan de vergunninghouder een voornemen tot intrekking of wijziging is verzonden en deze hierbij de mogelijkheid is geboden om binnen één maand na dagtekening van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van genoemd voornemen naar voren te brengen, en
c. de onder a genoemde termijn is verstreken zonder dat de vergunninghouder frequentieruimte in gebruik heeft genomen en, indien de vergunninghouder een zienswijze heeft gegeven, deze geen aanleiding geeft van het voornemen af te zien.
4. Alvorens een last onder dwangsom als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.