BWBR0023623
Geldig vanaf 2010-06-18
Artikel 10
Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep
1. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punten 2, 3 of 4, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag een achtste bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
3. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punten 5, 6 of 7, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag een vierde bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
4. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 8, wordt aan de overtreder:
a. een boete van € 80 per procent afwijking van de programmatische voorschriften opgelegd, tot een maximum van € 8.000, indien de overtreder een niet-landelijke commerciële omroep is;
b. naast de boete, bedoeld in onderdeel a, een last onder dwangsom opgelegd van € 8.500 per geconstateerde overtreding per week, met een maximum van € 34.000, indien de overtreder een niet-landelijke commerciële omroep is;
c. een boete van € 1.000 per procent afwijking van de programmatische voorschriften opgelegd tot een maximum van € 100.000, indien de overtreder een landelijke commerciële omroep is;
d. naast de boete, bedoeld in onderdeel c, een last onder dwangsom opgelegd van € 250.000 per geconstateerde overtreding per week, met een maximum van € 1.000.000, indien de overtreder een landelijke commerciële omroep is.
5. De hoogte van de boete, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en c, zal worden verlaagd in geval sprake is van boeteverlagende omstandigheden en kan worden verhoogd indien sprake is van boeteverhogende omstandigheden.
6. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punten 9 of 10, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag de helft bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
7. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 11, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag een veertigste bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
8. In afwijking van het tweede, derde en zevende lid, wordt geen last onder dwangsom opgelegd, indien de vergunninghouder ter zake van het overtreden vergunningvoorschrift een verzoek heeft gedaan tot wijziging van de vergunning in de zin van artikel 17, aanhef en onder a, van het Frequentiebesluiten dit verzoek redelijkerwijs kan worden gehonoreerd.
9. Alvorens een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.
2. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punten 2, 3 of 4, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag een achtste bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
3. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punten 5, 6 of 7, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag een vierde bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
4. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 8, wordt aan de overtreder:
a. een boete van € 80 per procent afwijking van de programmatische voorschriften opgelegd, tot een maximum van € 8.000, indien de overtreder een niet-landelijke commerciële omroep is;
b. naast de boete, bedoeld in onderdeel a, een last onder dwangsom opgelegd van € 8.500 per geconstateerde overtreding per week, met een maximum van € 34.000, indien de overtreder een niet-landelijke commerciële omroep is;
c. een boete van € 1.000 per procent afwijking van de programmatische voorschriften opgelegd tot een maximum van € 100.000, indien de overtreder een landelijke commerciële omroep is;
d. naast de boete, bedoeld in onderdeel c, een last onder dwangsom opgelegd van € 250.000 per geconstateerde overtreding per week, met een maximum van € 1.000.000, indien de overtreder een landelijke commerciële omroep is.
5. De hoogte van de boete, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en c, zal worden verlaagd in geval sprake is van boeteverlagende omstandigheden en kan worden verhoogd indien sprake is van boeteverhogende omstandigheden.
6. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punten 9 of 10, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag de helft bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
7. Ter zake van een overtreding als bedoeld in artikel 8, onderdeel c, punt 11, wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd. Artikel 7, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de bedragen betreffende de hoogte van de dwangsom alsmede het maximaal te verbeuren bedrag een veertigste bedragen van de in artikel 7, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen.
8. In afwijking van het tweede, derde en zevende lid, wordt geen last onder dwangsom opgelegd, indien de vergunninghouder ter zake van het overtreden vergunningvoorschrift een verzoek heeft gedaan tot wijziging van de vergunning in de zin van artikel 17, aanhef en onder a, van het Frequentiebesluiten dit verzoek redelijkerwijs kan worden gehonoreerd.
9. Alvorens een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.