BWBR0023623
Geldig vanaf 2010-06-18
Artikel 7
Beleidsregel sancties frequentiegebruik radio-omroep
1. Ter zake van een overtreding van de eerste categorie wordt aan de overtreder een last onder dwangsom opgelegd van:
a. € 2.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 8.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van ten hoogste 1 kW mocht uitzenden;
b. € 5.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 20.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 1 kW en ten hoogste 50 kW mocht uitzenden;
c. € 10.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 40.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 50 kW en ten hoogste 100 kW mocht uitzenden op een frequentie gelegen in de frequentieband van 87.5 MHz tot en met 108,0 MHz;
d. € 20.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 80.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 100 kW mocht uitzenden op een frequentie gelegen in de frequentieband van 87.5 MHz tot en met 108,0 MHz.
2. Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing, indien de overtreder houder van een vergunning was voor frequenties gelegen in de frequentieband van 526.5 kHz tot en met 1606.5 kHz en hij op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 50 kW mocht uitzenden.
3. In afwijking van het eerste lid wordt aan een lokale of regionale omroep waarvan de vergunning is verlopen geen last onder dwangsom opgelegd, indien hij vóór de afloopdatum van de vergunning een aanvraag bij het Commissariaat voor de Media heeft ingediend strekkende tot verlenging van het besluit waarbij aan hem zendtijd is toegewezen en op deze aanvraag nog niet is beslist.
4. Alvorens een last onder dwangsom aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.
a. € 2.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 8.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van ten hoogste 1 kW mocht uitzenden;
b. € 5.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 20.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 1 kW en ten hoogste 50 kW mocht uitzenden;
c. € 10.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 40.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 50 kW en ten hoogste 100 kW mocht uitzenden op een frequentie gelegen in de frequentieband van 87.5 MHz tot en met 108,0 MHz;
d. € 20.000, per geconstateerde overtreding per maand, met een maximum te verbeuren bedrag van € 80.000, indien de overtreder op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 100 kW mocht uitzenden op een frequentie gelegen in de frequentieband van 87.5 MHz tot en met 108,0 MHz.
2. Het eerste lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing, indien de overtreder houder van een vergunning was voor frequenties gelegen in de frequentieband van 526.5 kHz tot en met 1606.5 kHz en hij op basis van zijn voormalige vergunning met een zendvermogen van meer dan 50 kW mocht uitzenden.
3. In afwijking van het eerste lid wordt aan een lokale of regionale omroep waarvan de vergunning is verlopen geen last onder dwangsom opgelegd, indien hij vóór de afloopdatum van de vergunning een aanvraag bij het Commissariaat voor de Media heeft ingediend strekkende tot verlenging van het besluit waarbij aan hem zendtijd is toegewezen en op deze aanvraag nog niet is beslist.
4. Alvorens een last onder dwangsom aan een overtreder wordt opgelegd, wordt, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 4:11 van de Algemene wet bestuursrecht, aan hem een voornemensbrief tot oplegging van een last onder dwangsom verzonden. De overtreder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de dag van verzending van deze brief mondeling of schriftelijk zijn zienswijze ten aanzien van het voornemen naar voren te brengen.