BWBR0023493
Geldig vanaf 2008-02-22
Artikel 2
Regeling vaststelling Tender Naar Energieneutraal Wonen
1. Als periode, bedoeld in artikel 6 van het besluit, wordt vastgesteld: de periode die aanvangt op de dag dat deze regeling in werking treedt en loopt tot 24 april 2008, 17.00 uur.
2. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 6 van het besluit, voor het verlenen van subsidies op aanvragen, ontvangen in de in het eerste lid genoemde periode, wordt vastgesteld op € 7.500.000.
3. In afwijking van artikel 4, eerste en derde lid, van de Unieke kansen regelingbedraagt het maximale subsidiebedrag per project € 500.000.
4. Tot de kostensoorten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, behoren alleen de projectkosten voor energiebesparing en de kosten voor het opwekken van duurzame energie die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de exploitatie van de woningen.
5. In afwijking van artikel 9 van de Unieke kansen regelingworden als criteria als bedoeld in artikel 11, zesde lid, van het besluitvastgesteld:
a. de omvang van het project;
b. de mate waarin het project bijdraagt aan de CO2-reductie, waarbij het energieverbruik bestaat uit de som van het gebouwgebonden energieverbruik, het gebouwafhankelijke gebruikersenergieverbruik en het huishoudelijk energieverbruik;
c. bij nieuwbouwwoningen: de mate waarin het project een betere energieprestatiecoëfficiënt realiseert;
d. bij renovatie van bestaande woningen: de mate waarin het project een hogere energieklasse realiseert;
e. de mate waarin het project andere verbeteringen tot stand brengt dan strikt energetische;
f. de mate waarin het project bijdraagt aan het toepassen van duurzame warmte;
g. het innovatieve vermogen van het project;
h. de slaagkans van het project.
2. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 6 van het besluit, voor het verlenen van subsidies op aanvragen, ontvangen in de in het eerste lid genoemde periode, wordt vastgesteld op € 7.500.000.
3. In afwijking van artikel 4, eerste en derde lid, van de Unieke kansen regelingbedraagt het maximale subsidiebedrag per project € 500.000.
4. Tot de kostensoorten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit, behoren alleen de projectkosten voor energiebesparing en de kosten voor het opwekken van duurzame energie die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de exploitatie van de woningen.
5. In afwijking van artikel 9 van de Unieke kansen regelingworden als criteria als bedoeld in artikel 11, zesde lid, van het besluitvastgesteld:
a. de omvang van het project;
b. de mate waarin het project bijdraagt aan de CO2-reductie, waarbij het energieverbruik bestaat uit de som van het gebouwgebonden energieverbruik, het gebouwafhankelijke gebruikersenergieverbruik en het huishoudelijk energieverbruik;
c. bij nieuwbouwwoningen: de mate waarin het project een betere energieprestatiecoëfficiënt realiseert;
d. bij renovatie van bestaande woningen: de mate waarin het project een hogere energieklasse realiseert;
e. de mate waarin het project andere verbeteringen tot stand brengt dan strikt energetische;
f. de mate waarin het project bijdraagt aan het toepassen van duurzame warmte;
g. het innovatieve vermogen van het project;
h. de slaagkans van het project.