BWBR0023118
Geldig vanaf 2008-11-30
Artikel 7
Regeling EFRO doelstelling 3 programmaperiode 2007–2013
1. De Minister beslist afwijzend op een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, indien:
a. de aanvraag of het project niet voldoet aan de Kaderverordening, de EFRO-verordening, de Uitvoeringsverordening, het Besluit EFRO programmaperiode 2007–2013 of deze regeling;
b. het project niet past binnen het Europees Programma;
c. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 200.000,–;
d. het project niet valt in prioriteit 1 of prioriteit 4 van het programma, bedoeld in artikel 2, onderdeel c;
e. het project niet valt in prioriteit 1, prioriteit 4 of prioriteit 5 van het programma, bedoeld in artikel 2, onderdeel d; of
f. het project niet past binnen de criteria, bedoeld in artikel 65, onder a, van de Kaderverordening.
2. In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend indien een project valt in prioriteit 1 en het project niet in voldoende mate bijdraagt aan ten minste twee van de volgende doelstellingen:
a. versterking en betere benutting van kennispotentieel,
b. kennisoverdracht,
c. toepassing van kennis in nieuwe producten, diensten, organisatievormen, processen, markten of combinaties hiervan, of
d. toepassing en uitbouw van kennis in nieuwe of bestaande kennis- en onderzoeksinfrastructuur.
a. de aanvraag of het project niet voldoet aan de Kaderverordening, de EFRO-verordening, de Uitvoeringsverordening, het Besluit EFRO programmaperiode 2007–2013 of deze regeling;
b. het project niet past binnen het Europees Programma;
c. de totale subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 200.000,–;
d. het project niet valt in prioriteit 1 of prioriteit 4 van het programma, bedoeld in artikel 2, onderdeel c;
e. het project niet valt in prioriteit 1, prioriteit 4 of prioriteit 5 van het programma, bedoeld in artikel 2, onderdeel d; of
f. het project niet past binnen de criteria, bedoeld in artikel 65, onder a, van de Kaderverordening.
2. In aanvulling op het eerste lid beslist de Minister afwijzend indien een project valt in prioriteit 1 en het project niet in voldoende mate bijdraagt aan ten minste twee van de volgende doelstellingen:
a. versterking en betere benutting van kennispotentieel,
b. kennisoverdracht,
c. toepassing van kennis in nieuwe producten, diensten, organisatievormen, processen, markten of combinaties hiervan, of
d. toepassing en uitbouw van kennis in nieuwe of bestaande kennis- en onderzoeksinfrastructuur.