BWBR0023026
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 9
Subsidieregeling zorgopleidingen 2e tranche
1. De instellingssubsidie wordt vastgesteld op grond van:
a. het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen, voor zo ver het aantal opleidingsplaatsen waarvoor de instellingssubsidie is verleend niet is overschreden, tenzij de overschrijding een gevolg is van de vervanging van een assistent in opleiding met wie in het subsidiejaar of het daaraan voorafgaande jaar een dienstverband of arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid is beëindigd;
b. het aantal assistenten in opleiding dat in het jaar waarvoor subsidie wordt verstrekt met de zorgopleiding is aangevangen, voor zover het aantal waarvoor de subsidie is verleend niet is overschreden, tenzij de overschrijding een gevolg is van de vervanging van een assistent in opleiding met wie in het subsidiejaar of het daaraan voorafgaande jaar een dienstverband of arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid is beëindigd.
2. Voor de zorgopleidingen, genoemd onder A in bijlage 1, is het de opleidingsinrichting waarmee de assistent in opleiding een dienstverband of arbeidsovereenkomst heeft toegestaan de subsidie aan te wenden voor het deel van de opleiding dat een assistent in opleiding in het buitenland volgt, mits de opleiding in het buitenland overeenkomstig artikel 2, tweede lid, is vastgelegd in het opleidingsschema en voor zo ver de opleiding in het buitenland niet leidt tot verlenging van de totale opleidingsduur.
3. Binnen vier maanden na afloop van het jaar waarvoor een instellingssubsidie is verleend, dient het bevoegd gezag een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.
4. Voor indiening van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt het formulier gebruikt dat als bijlage 4bij deze regeling is gevoegd.
5. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het door de Minister vastgestelde model assurancerapport. Uit het rapport blijkt of de in de aanvraag tot vaststelling opgenomen verantwoording juist is. Ten behoeve van het assurancerapport stelt de Minister een controleprotocol vast.
6. De Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het derde lid gestelde termijn voor indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling.
a. het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen, voor zo ver het aantal opleidingsplaatsen waarvoor de instellingssubsidie is verleend niet is overschreden, tenzij de overschrijding een gevolg is van de vervanging van een assistent in opleiding met wie in het subsidiejaar of het daaraan voorafgaande jaar een dienstverband of arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid is beëindigd;
b. het aantal assistenten in opleiding dat in het jaar waarvoor subsidie wordt verstrekt met de zorgopleiding is aangevangen, voor zover het aantal waarvoor de subsidie is verleend niet is overschreden, tenzij de overschrijding een gevolg is van de vervanging van een assistent in opleiding met wie in het subsidiejaar of het daaraan voorafgaande jaar een dienstverband of arbeidsovereenkomst wegens ongeschiktheid is beëindigd.
2. Voor de zorgopleidingen, genoemd onder A in bijlage 1, is het de opleidingsinrichting waarmee de assistent in opleiding een dienstverband of arbeidsovereenkomst heeft toegestaan de subsidie aan te wenden voor het deel van de opleiding dat een assistent in opleiding in het buitenland volgt, mits de opleiding in het buitenland overeenkomstig artikel 2, tweede lid, is vastgelegd in het opleidingsschema en voor zo ver de opleiding in het buitenland niet leidt tot verlenging van de totale opleidingsduur.
3. Binnen vier maanden na afloop van het jaar waarvoor een instellingssubsidie is verleend, dient het bevoegd gezag een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.
4. Voor indiening van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt het formulier gebruikt dat als bijlage 4bij deze regeling is gevoegd.
5. De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig het door de Minister vastgestelde model assurancerapport. Uit het rapport blijkt of de in de aanvraag tot vaststelling opgenomen verantwoording juist is. Ten behoeve van het assurancerapport stelt de Minister een controleprotocol vast.
6. De Minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de in het derde lid gestelde termijn voor indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling.