Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. zorgopleiding: een opleiding zoals vermeld in bijlage 1 bij deze regeling;
c. opleidingsinrichting: een inrichting die door één van de in bijlage 2 bij deze regeling vermelde organen is erkend voor het verzorgen van een (deel van een) zorgopleiding;
d. bevoegd gezag: het bestuur van een opleidingsrichting;
e. opleidingsplaats: de capaciteit bij de opleidingsinrichting om voor een zorgopleiding een assistent op te leiden, waarbij de arbeidsduur per kalenderjaar van een voltijds assistent in opleiding overeenkomstig de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling is;
f. College: het College voor de Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg;
g. instellingssubsidie: een per boekjaar verstrekte subsidie ten behoeve van opleidingsplaatsen van zorgopleidingen;
h. gerealiseerde opleidingsplaats: de opleidingsplaats voor zover deze rekening houdend met de duur en de omvang van het dienstverband of de arbeidsovereenkomst vervuld is in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, verminderd met: 1°. het aantal uren waarin de assistent in opleiding de arbeid niet heeft verricht en waarvoor geen loondoorbetalingsverplichting op de werkgever rust en
2°. de periode dat de assistent in opleiding met zwangerschaps- en bevallingsverlof is geweest;
1°. het aantal uren waarin de assistent in opleiding de arbeid niet heeft verricht en waarvoor geen loondoorbetalingsverplichting op de werkgever rust en
2°. de periode dat de assistent in opleiding met zwangerschaps- en bevallingsverlof is geweest;
i. opleidingsschema: het schema, opgenomen in het opleidingsregister van de in de bijlage 2 genoemde registratiecommissies, dat vastlegt in welke opleidingsinrichtingen de assistent de opleiding zal volgen en gedurende welke tijdsperioden;
j. instroom: de assistenten in opleiding die in het subsidiejaar waarvoor de subsidie verstrekt wordt met een zorgopleiding aanvangen en het met die assistenten corresponderende aantal opleidingsplaatsen;
k. doorstroom bij zorgopleidingen, genoemd onder A in bijlage 1: de opleidingsplaatsen voor assistenten in opleiding die voor de aanvang van het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt met een zorgopleiding zijn aangevangen en waarvoor een instellingssubsidie is verleend, voor zo ver de op uiterlijk 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar juist en volledig ingediende opleidingsschema’s van deze assistenten zijn opgenomen in een door de Minister geaccepteerd opleidingsregister van de in bijlage 2 genoemde registratiecommissies;
l. doorstroom bij zorgopleidingen, genoemd onder B in bijlage 1: de opleidingsplaatsen voor assistenten in opleiding die voor aanvang van het subsidiejaar waarvoor de subsidie is verstrekt met een zorgopleiding zijn aangevangen en waarvoor een instellingssubsidie is verleend.
a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. zorgopleiding: een opleiding zoals vermeld in bijlage 1 bij deze regeling;
c. opleidingsinrichting: een inrichting die door één van de in bijlage 2 bij deze regeling vermelde organen is erkend voor het verzorgen van een (deel van een) zorgopleiding;
d. bevoegd gezag: het bestuur van een opleidingsrichting;
e. opleidingsplaats: de capaciteit bij de opleidingsinrichting om voor een zorgopleiding een assistent op te leiden, waarbij de arbeidsduur per kalenderjaar van een voltijds assistent in opleiding overeenkomstig de van toepassing zijnde collectieve arbeidsovereenkomst of sectorale rechtspositieregeling is;
f. College: het College voor de Beroepen en Opleidingen in de Gezondheidszorg;
g. instellingssubsidie: een per boekjaar verstrekte subsidie ten behoeve van opleidingsplaatsen van zorgopleidingen;
h. gerealiseerde opleidingsplaats: de opleidingsplaats voor zover deze rekening houdend met de duur en de omvang van het dienstverband of de arbeidsovereenkomst vervuld is in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, verminderd met: 1°. het aantal uren waarin de assistent in opleiding de arbeid niet heeft verricht en waarvoor geen loondoorbetalingsverplichting op de werkgever rust en
2°. de periode dat de assistent in opleiding met zwangerschaps- en bevallingsverlof is geweest;
1°. het aantal uren waarin de assistent in opleiding de arbeid niet heeft verricht en waarvoor geen loondoorbetalingsverplichting op de werkgever rust en
2°. de periode dat de assistent in opleiding met zwangerschaps- en bevallingsverlof is geweest;
i. opleidingsschema: het schema, opgenomen in het opleidingsregister van de in de bijlage 2 genoemde registratiecommissies, dat vastlegt in welke opleidingsinrichtingen de assistent de opleiding zal volgen en gedurende welke tijdsperioden;
j. instroom: de assistenten in opleiding die in het subsidiejaar waarvoor de subsidie verstrekt wordt met een zorgopleiding aanvangen en het met die assistenten corresponderende aantal opleidingsplaatsen;
k. doorstroom bij zorgopleidingen, genoemd onder A in bijlage 1: de opleidingsplaatsen voor assistenten in opleiding die voor de aanvang van het jaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt met een zorgopleiding zijn aangevangen en waarvoor een instellingssubsidie is verleend, voor zo ver de op uiterlijk 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar juist en volledig ingediende opleidingsschema’s van deze assistenten zijn opgenomen in een door de Minister geaccepteerd opleidingsregister van de in bijlage 2 genoemde registratiecommissies;
l. doorstroom bij zorgopleidingen, genoemd onder B in bijlage 1: de opleidingsplaatsen voor assistenten in opleiding die voor aanvang van het subsidiejaar waarvoor de subsidie is verstrekt met een zorgopleiding zijn aangevangen en waarvoor een instellingssubsidie is verleend.