BWBR0022910
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 3
Besluit lozing afvalwater huishoudens
1. Lozen op of in de bodem vanuit een particulier huishouden is verboden, indien daarbij stoffen zonder doorsijpeling door bodem of ondergrond in het grondwater geraken.
2. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het eerste lid niet van toepassing is en dat lozen in de bodem is toegestaan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich gelet op de samenstelling, hoeveelheid en eigenschappen van het lozen daartegen niet verzet.
3. Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in het tweede lid kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot:
a. de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van het te lozen afvalwater;
b. de voorafgaand aan het lozen van het afvalwater te treffen maatregelen, en
c. de plaats van het lozingspunt.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op lozen in de bodem waaraan in een vergunning op grond van artikel 6.4of artikel 6.5, onderdeel b, van de Waterwet, dan wel een vergunning op grond van een verordening van het waterschap voorschriften zijn gesteld.
2. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het eerste lid niet van toepassing is en dat lozen in de bodem is toegestaan, indien het belang van de bescherming van het milieu zich gelet op de samenstelling, hoeveelheid en eigenschappen van het lozen daartegen niet verzet.
3. Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in het tweede lid kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot:
a. de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid van het te lozen afvalwater;
b. de voorafgaand aan het lozen van het afvalwater te treffen maatregelen, en
c. de plaats van het lozingspunt.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op lozen in de bodem waaraan in een vergunning op grond van artikel 6.4of artikel 6.5, onderdeel b, van de Waterwet, dan wel een vergunning op grond van een verordening van het waterschap voorschriften zijn gesteld.