BWBR0022910
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 11
Besluit lozing afvalwater huishoudens
1. Voorafgaand aan het lozen in een oppervlaktewaterlichaam wordt huishoudelijk afvalwater door een zuiveringsvoorziening geleid.
2. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld met betrekking tot de zuiveringsvoorziening, bedoeld in het eerste lid.
3. Het bevoegd gezag kan, bij lozen in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, indien het belang van de bescherming van het milieu daartoe noodzaakt in afwijking van de regels bedoeld in het tweede lid bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het huishoudelijk afvalwater door een aangegeven zuiveringsvoorziening dient te worden geleid.
4. In afwijking van de regels, bedoeld in het tweede lid, kan het bevoegd gezag, indien het belang van de bescherming van een oppervlaktewaterlichaam zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag voor een door hem vast te stellen termijn bij maatwerkvoorschrift het lozen toestaan:
a. door middel van een minder vergaande zuiveringsvoorziening; of
b. zonder een zuiveringsvoorziening.
5. Een toestemming als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, blijft achterwege, indien niet binnen een afzienbare periode alsnog op het vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk wordt aangesloten.
2. Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden regels gesteld met betrekking tot de zuiveringsvoorziening, bedoeld in het eerste lid.
3. Het bevoegd gezag kan, bij lozen in een niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, indien het belang van de bescherming van het milieu daartoe noodzaakt in afwijking van de regels bedoeld in het tweede lid bij maatwerkvoorschrift bepalen dat het huishoudelijk afvalwater door een aangegeven zuiveringsvoorziening dient te worden geleid.
4. In afwijking van de regels, bedoeld in het tweede lid, kan het bevoegd gezag, indien het belang van de bescherming van een oppervlaktewaterlichaam zich daartegen niet verzet, op een daartoe strekkende aanvraag voor een door hem vast te stellen termijn bij maatwerkvoorschrift het lozen toestaan:
a. door middel van een minder vergaande zuiveringsvoorziening; of
b. zonder een zuiveringsvoorziening.
5. Een toestemming als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, blijft achterwege, indien niet binnen een afzienbare periode alsnog op het vuilwaterriool of een zuiveringtechnisch werk wordt aangesloten.