BWBR0022910
Geldig vanaf 2008-01-01
Artikel 2
Besluit lozing afvalwater huishoudens
1. Vrijstelling van het verbod, bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer, wordt verleend voor het lozen vanuit een particulier huishouden op of in de bodem.
2. De verboden, bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet, gelden niet voor het lozen vanuit een particulier huishouden in een oppervlaktewaterlichaam.
3. Degene die loost vanuit een particulier huishouden, voldoet aan de regels die bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
4. Dit besluit is niet van toepassing op:
a. het lozen vanuit een inrichting;
b. het in een oppervlaktewaterlichaam: 1°. in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen;
2°. aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie alsmede het houden van die aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie;
1°. in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen;
2°. aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie alsmede het houden van die aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie;
c. het lozen in een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan vaste objecten en sloop-, renovatie- of nieuwbouwwerkzaamheden aan vaste objecten als bedoeld in de artikelen 3.10 en 3.11 van het Besluit lozen buiten inrichtingen;
d. het lozen vanuit een proefbronnering in het kader van een saneringsonderzoek in de zin van de Wet bodembescherming en het lozen vanuit een bodemsanering in de zin van de Wet bodembescherming;
e. het lozen buiten een inrichting ten gevolge van een gesloten bodemenergiesysteem als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit lozen buiten inrichtingen.
2. De verboden, bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet, gelden niet voor het lozen vanuit een particulier huishouden in een oppervlaktewaterlichaam.
3. Degene die loost vanuit een particulier huishouden, voldoet aan de regels die bij of krachtens dit besluit zijn gesteld.
4. Dit besluit is niet van toepassing op:
a. het lozen vanuit een inrichting;
b. het in een oppervlaktewaterlichaam: 1°. in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen;
2°. aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie alsmede het houden van die aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie;
1°. in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen;
2°. aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie alsmede het houden van die aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie;
c. het lozen in een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van reinigingswerkzaamheden, conserveringswerkzaamheden of andere onderhoudswerkzaamheden aan vaste objecten en sloop-, renovatie- of nieuwbouwwerkzaamheden aan vaste objecten als bedoeld in de artikelen 3.10 en 3.11 van het Besluit lozen buiten inrichtingen;
d. het lozen vanuit een proefbronnering in het kader van een saneringsonderzoek in de zin van de Wet bodembescherming en het lozen vanuit een bodemsanering in de zin van de Wet bodembescherming;
e. het lozen buiten een inrichting ten gevolge van een gesloten bodemenergiesysteem als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit lozen buiten inrichtingen.