BWBR0022892
Geldig vanaf 2008-04-13
Artikel 93e
Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008
1. Bij de behandeling van aanvragen als bedoeld in artikel 93a, eerste lid, selecteert de Minister, in afwijking van artikel 4:36 van de regeling, de aanvragen voor subsidieverlening zodanig, dat de pulskorvistuigen waarvoor subsidie wordt verleend, in zo veel mogelijk verschillende praktijksituaties worden gebruikt.
2. De selectie, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd op basis van:
a. het motorvermogen van het vissersvaartuig van de aanvrager, en
b. de visserijgebieden waar de aanvrager de visserij uitoefent.
3. Indien de selectie van aanvragen op basis van het eerste lid zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, maakt de Minister overeenkomstig artikel 1:4 van de regelingeen rangschikking van de aanvragen die in gelijke mate voldoen aan de in het tweede lid bedoelde selectiecriteria.
4. De Minister rangschikt een aanvraag als bedoeld in het derde lid hoger, naarmate naar het oordeel van de Minister:
a. het bedrijf van de aanvrager meer gericht is op duurzame en economisch rendabele visserij, blijkens het door de aanvrager ingediende ondernemingsplan;
b. de aanvrager meer visserijervaring met relevante vistuigen en visserijmethodes heeft , blijkens de bij het ministerie ter beschikking staande gegevens inzake de uitoefening van de visserij.
5. De Minister kan een beoordelingscommissie instellen die advies geeft over de selectie en rangschikking van aanvragen als bedoeld in het eerste en derde lid.
2. De selectie, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd op basis van:
a. het motorvermogen van het vissersvaartuig van de aanvrager, en
b. de visserijgebieden waar de aanvrager de visserij uitoefent.
3. Indien de selectie van aanvragen op basis van het eerste lid zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, maakt de Minister overeenkomstig artikel 1:4 van de regelingeen rangschikking van de aanvragen die in gelijke mate voldoen aan de in het tweede lid bedoelde selectiecriteria.
4. De Minister rangschikt een aanvraag als bedoeld in het derde lid hoger, naarmate naar het oordeel van de Minister:
a. het bedrijf van de aanvrager meer gericht is op duurzame en economisch rendabele visserij, blijkens het door de aanvrager ingediende ondernemingsplan;
b. de aanvrager meer visserijervaring met relevante vistuigen en visserijmethodes heeft , blijkens de bij het ministerie ter beschikking staande gegevens inzake de uitoefening van de visserij.
5. De Minister kan een beoordelingscommissie instellen die advies geeft over de selectie en rangschikking van aanvragen als bedoeld in het eerste en derde lid.