BWBR0022892
Geldig vanaf 2008-04-13
Artikel 35
Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008
1. Het subsidieplafond bedraagt:
a. € 1.200.000 voor subsidieaanvragen uit de melkveehouderij;
b. € 2.200.000 voor subsidieaanvragen uit de varkens-, de konijnen-, de pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij;
c. € 3.000.000 voor subsidieaanvragen van glastuinbouwondernemingen en ondernemingen die zich richten op paddestoelenteelt, inclusief subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op uitgangsmateriaal voor de hiervoor in dit onderdeel genoemde typen ondernemingen;
d. € 1.200.000 voor subsidieaanvragen van akkerbouw- of opengrondtuinbouwondernemingen, inclusief subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op uitgangsmateriaal voor de hiervoor in dit onderdeel genoemde typen ondernemingen, en voor subsidieaanvragen uit de bijenhouderij;
e. € 420.000 voor subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op biologische landbouw.
2. Indien verstrekking van subsidies niet leidt tot overschrijding van een of meerdere van de in het eerste lid bedoelde subsidieplafonds, kunnen overgebleven bedragen worden verdeeld over in dat lid genoemde subsidiecategorieën waarbij wel sprake is van overschrijding van het subsidieplafond.
a. € 1.200.000 voor subsidieaanvragen uit de melkveehouderij;
b. € 2.200.000 voor subsidieaanvragen uit de varkens-, de konijnen-, de pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij;
c. € 3.000.000 voor subsidieaanvragen van glastuinbouwondernemingen en ondernemingen die zich richten op paddestoelenteelt, inclusief subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op uitgangsmateriaal voor de hiervoor in dit onderdeel genoemde typen ondernemingen;
d. € 1.200.000 voor subsidieaanvragen van akkerbouw- of opengrondtuinbouwondernemingen, inclusief subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op uitgangsmateriaal voor de hiervoor in dit onderdeel genoemde typen ondernemingen, en voor subsidieaanvragen uit de bijenhouderij;
e. € 420.000 voor subsidieaanvragen van ondernemingen die zich richten op biologische landbouw.
2. Indien verstrekking van subsidies niet leidt tot overschrijding van een of meerdere van de in het eerste lid bedoelde subsidieplafonds, kunnen overgebleven bedragen worden verdeeld over in dat lid genoemde subsidiecategorieën waarbij wel sprake is van overschrijding van het subsidieplafond.