BWBR0022892
Geldig vanaf 2008-04-13
Artikel 90
Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008
1. Het forfaitaire subsidiebedrag per brutoton en het aanvullende bedrag, bedoeld in artikel 4:7 van de regeling, zijn:
a. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van minder dan 10 BT: € 11.121,– per brutoton en € 2.022,–;
b. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 10 BT of meer, en minder dan 25 BT: € 5.055,– per brutoton en € 62.682,–;
c. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 25 BT of meer, en minder dan 100 BT: € 4.246,– per brutoton en € 82.902,–;
d. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 100 BT of meer, en minder dan 300 BT: € 2.730,– per brutoton en € 234.552,–;
e. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 300 BT of meer, en minder dan 500 BT: € 2.224,– per brutoton en € 386.202,–, of
f. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 500 BT of meer: € 1.213,– per brutoton en € 891.702,–.
2. Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, tussen 16 en 29 jaar oud is, wordt het maximale subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4:7, verlaagd met 1,5% per jaar dat het vaartuig ouder is dan 15 jaar.
3. Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, 30 jaar of ouder is, wordt het maximale subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4:7, verlaagd met 22,5%.
4. Voor de toepassing van dit artikel is de leeftijd van een vissersvaartuig een geheel getal dat het verschil aangeeft tussen het jaar waarin de subsidieaanvraag is ingediend en het jaar van inbedrijfstelling in de zin van artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2930/86van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEG L 274).
5. Voor de toepassing van dit artikel is het aantal brutoton dat een vissersvaartuig meet, het aantal brutoton dat het vaartuig meet volgens de opgave in de meetbrief.
a. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van minder dan 10 BT: € 11.121,– per brutoton en € 2.022,–;
b. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 10 BT of meer, en minder dan 25 BT: € 5.055,– per brutoton en € 62.682,–;
c. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 25 BT of meer, en minder dan 100 BT: € 4.246,– per brutoton en € 82.902,–;
d. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 100 BT of meer, en minder dan 300 BT: € 2.730,– per brutoton en € 234.552,–;
e. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 300 BT of meer, en minder dan 500 BT: € 2.224,– per brutoton en € 386.202,–, of
f. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 500 BT of meer: € 1.213,– per brutoton en € 891.702,–.
2. Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, tussen 16 en 29 jaar oud is, wordt het maximale subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4:7, verlaagd met 1,5% per jaar dat het vaartuig ouder is dan 15 jaar.
3. Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, 30 jaar of ouder is, wordt het maximale subsidiebedrag, bedoeld in artikel 4:7, verlaagd met 22,5%.
4. Voor de toepassing van dit artikel is de leeftijd van een vissersvaartuig een geheel getal dat het verschil aangeeft tussen het jaar waarin de subsidieaanvraag is ingediend en het jaar van inbedrijfstelling in de zin van artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2930/86van de Raad van 22 september 1986 houdende definities van de kenmerken van vissersvaartuigen (PbEG L 274).
5. Voor de toepassing van dit artikel is het aantal brutoton dat een vissersvaartuig meet, het aantal brutoton dat het vaartuig meet volgens de opgave in de meetbrief.