BWBR0022580
Geldig vanaf 2007-10-06
Artikel 9
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Jeugd en Gezin
1. In afwijking van de artikelen 6en 7, onder a, c en d, heeft uitsluitend de secretaris-generaal mandaat met betrekking tot de stukken:
a. bestemd voor de Nationale ombudsman;
b. behelzende geheel of gedeeltelijk afwijzende besluiten in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur.
2. In afwijking van de artikelen 6en 7, onder b, heeft uitsluitend de secretaris-generaal mandaat met betrekking tot de stukken:
a. bestemd voor de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten en stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen;
b. in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.
3. In afwijking van de artikelen 6en 7, onder d, heeft uitsluitend de secretaris-generaal mandaat met betrekking tot toewijzende besluiten in het kader van de Wet openbaarheid van bestuurindien inwilliging van het verzoek belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.
a. bestemd voor de Nationale ombudsman;
b. behelzende geheel of gedeeltelijk afwijzende besluiten in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur.
2. In afwijking van de artikelen 6en 7, onder b, heeft uitsluitend de secretaris-generaal mandaat met betrekking tot de stukken:
a. bestemd voor de Nationale ombudsman, behoudens de afdoening van ontvangstbevestigingen, tussenberichten, waaronder uitstelberichten en stukken naar aanleiding van pogingen van de Nationale ombudsman om ter vermijding van een volledig onderzoek te bevorderen dat alsnog aan de klacht tegemoet wordt gekomen;
b. in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur indien inwilliging of afwijzing daarvan belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.
3. In afwijking van de artikelen 6en 7, onder d, heeft uitsluitend de secretaris-generaal mandaat met betrekking tot toewijzende besluiten in het kader van de Wet openbaarheid van bestuurindien inwilliging van het verzoek belangrijke politieke, bestuurlijke of maatschappelijke gevolgen kan hebben.