BWBR0022580
Geldig vanaf 2007-10-06
Artikel 8
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Jeugd en Gezin
1. De Minister ondertekent de stukken gericht aan:
a. de Koningin;
b. de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal;
c. de Ministerraad of daaruit gevormde vaste colleges;
d. de Raad van State;
e. de Algemene Rekenkamer;
f. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman op het terrein van de jeugdbescherming en scheiding en omgang geen gevolg wordt gegeven.
2. Ten aanzien van de in het eerste lid, onder d en e, genoemde colleges geldt het eerste lid niet voor zover het gaat om bestuursrechtelijke procedures onderscheidenlijk stukken van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.
3. Voorts ondertekent de Minister de volgende stukken:
a. stukken, inhoudende vaststelling van algemeen verbindende voorschriften;
b. besluiten, waaruit belangrijke politieke of bestuurlijke gevolgen kunnen voortvloeien;
c. besluiten, inhoudende de vernietiging van of de onthouding van de goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan;
d. stukken, inhoudende aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift.
e. besluiten inzake een bezwaar tegen een besluit dat door de Minister dan wel door de secretaris-generaal namens de Minister is genomen.
a. de Koningin;
b. de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal;
c. de Ministerraad of daaruit gevormde vaste colleges;
d. de Raad van State;
e. de Algemene Rekenkamer;
f. de Nationale ombudsman, indien de strekking daarvan is dat aan een aanbeveling van de Nationale ombudsman op het terrein van de jeugdbescherming en scheiding en omgang geen gevolg wordt gegeven.
2. Ten aanzien van de in het eerste lid, onder d en e, genoemde colleges geldt het eerste lid niet voor zover het gaat om bestuursrechtelijke procedures onderscheidenlijk stukken van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.
3. Voorts ondertekent de Minister de volgende stukken:
a. stukken, inhoudende vaststelling van algemeen verbindende voorschriften;
b. besluiten, waaruit belangrijke politieke of bestuurlijke gevolgen kunnen voortvloeien;
c. besluiten, inhoudende de vernietiging van of de onthouding van de goedkeuring aan een besluit van een ander bestuursorgaan;
d. stukken, inhoudende aanwijzingen aan een ander bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift.
e. besluiten inzake een bezwaar tegen een besluit dat door de Minister dan wel door de secretaris-generaal namens de Minister is genomen.