BWBR0022580
Geldig vanaf 2007-10-06
Artikel 14
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Jeugd en Gezin
1. Op de bevoegdheid om namens de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten zijn:
a. voor de functionarissen, bedoeld in artikel 7 onder a, de bepalingen van de Volmachtregeling VWS van overeenkomstige toepassing;
b. voor de functionarissen, bedoeld in artikel 7, onder b, de bepalingen die bij of krachtens de Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2005 ten aanzien van volmacht zijn gesteld van overeenkomstige toepassing;
c. voor de functionarissen, bedoeld in artikel 7, onder c, de bepalingen die bij of krachtens de het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005 ten aanzien van volmacht zijn gesteld van overeenkomstige toepassing;
d. voor de functionarissen, bedoeld in artikel 7, onder d, de bepalingen die bij of krachtens de het Organisatie-, en mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 ten aanzien van volmacht zijn gesteld van overeenkomstige toepassing.
2. Voor zover in de bepalingen, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met d, is geregeld dat:
a. uitsluitend de Minister, de secretaris-generaal of de directeur-generaal van het desbetreffende Ministerie bevoegd is, treedt de Minister, de secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal, genoemd in artikel 1, daarvoor in de plaats;
b. uitsluitend de plaatsvervangend secretaris-generaal van het desbetreffende Ministerie bevoegd is, treedt de secretaris-generaal, genoemd in artikel 1, daarvoor in de plaats.
a. voor de functionarissen, bedoeld in artikel 7 onder a, de bepalingen van de Volmachtregeling VWS van overeenkomstige toepassing;
b. voor de functionarissen, bedoeld in artikel 7, onder b, de bepalingen die bij of krachtens de Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie 2005 ten aanzien van volmacht zijn gesteld van overeenkomstige toepassing;
c. voor de functionarissen, bedoeld in artikel 7, onder c, de bepalingen die bij of krachtens de het Organisatie- en mandaatbesluit OCW 2005 ten aanzien van volmacht zijn gesteld van overeenkomstige toepassing;
d. voor de functionarissen, bedoeld in artikel 7, onder d, de bepalingen die bij of krachtens de het Organisatie-, en mandaat- en volmachtbesluit SZW 2009 ten aanzien van volmacht zijn gesteld van overeenkomstige toepassing.
2. Voor zover in de bepalingen, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met d, is geregeld dat:
a. uitsluitend de Minister, de secretaris-generaal of de directeur-generaal van het desbetreffende Ministerie bevoegd is, treedt de Minister, de secretaris-generaal respectievelijk de directeur-generaal, genoemd in artikel 1, daarvoor in de plaats;
b. uitsluitend de plaatsvervangend secretaris-generaal van het desbetreffende Ministerie bevoegd is, treedt de secretaris-generaal, genoemd in artikel 1, daarvoor in de plaats.