BWBR0022559
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 8
Verordening op het examengeld
1. Voor het afleggen van het examen Nederlands recht is examengeld verschuldigd dat als volgt is samengesteld:
a. voor de toetsing van de vakgebieden, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdelen a tot en met e, van de richtlijn, voor zover deze kennis voor de bij of krachtens de wet vereiste controles van financiële verantwoordingen van belang is, aangeduid als vak Belastingrecht, schriftelijk: € 400,–;
b. voor de toetsing van het vakgebied, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de richtlijn, aangeduid als het vak Regelgeving inzake de jaarrekening en het jaarverslag, mondeling: € 385,–.
2. Voor het afleggen van het examen gedrags- en beroepsregels is examengeld verschuldigd voor het vak Gedrags- en Beroepsregels, mondeling: € 580,–.
a. voor de toetsing van de vakgebieden, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdelen a tot en met e, van de richtlijn, voor zover deze kennis voor de bij of krachtens de wet vereiste controles van financiële verantwoordingen van belang is, aangeduid als vak Belastingrecht, schriftelijk: € 400,–;
b. voor de toetsing van het vakgebied, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de richtlijn, aangeduid als het vak Regelgeving inzake de jaarrekening en het jaarverslag, mondeling: € 385,–.
2. Voor het afleggen van het examen gedrags- en beroepsregels is examengeld verschuldigd voor het vak Gedrags- en Beroepsregels, mondeling: € 580,–.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022559
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl