BWBR0022559
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 5
Verordening op het examengeld
De trainee heeft recht op restitutie:
a. indien hij de praktijkstage heeft aangevangen tussen 1 januari 2003 en 1 januari 2007 voor zover hij in het eerste jaar van de praktijkstage schriftelijk te kennen heeft gegeven de praktijkstage te beëindigen van een bedrag van € 195,–, zijnde een gedeelte van de eenmalige bijdrage in de algemene kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b;
b. indien hij de praktijkstage heeft aangevangen na 1 januari 2007 voor zover hij in het eerste jaar van de praktijkstage schriftelijk te kennen heeft gegeven de praktijkstage te beëindigen van een bedrag van € 290,–, zijnde een gedeelte van de eenmalige bijdrage in het inschrijfgeld en de bijdrage in de algemene kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel c.
a. indien hij de praktijkstage heeft aangevangen tussen 1 januari 2003 en 1 januari 2007 voor zover hij in het eerste jaar van de praktijkstage schriftelijk te kennen heeft gegeven de praktijkstage te beëindigen van een bedrag van € 195,–, zijnde een gedeelte van de eenmalige bijdrage in de algemene kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b;
b. indien hij de praktijkstage heeft aangevangen na 1 januari 2007 voor zover hij in het eerste jaar van de praktijkstage schriftelijk te kennen heeft gegeven de praktijkstage te beëindigen van een bedrag van € 290,–, zijnde een gedeelte van de eenmalige bijdrage in het inschrijfgeld en de bijdrage in de algemene kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel c.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022559
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl