BWBR0022559
Geldig vanaf 01-01-2012
Artikel 7
Verordening op het examengeld
1. Voor een verzoek tot vrijstelling van een onderdeel van het examen voor de praktijkstage is de aanvrager examengeld verschuldigd:
a. indien op de aanvrager ingevolge artikel 27 van de Verordening op de praktijkstage de regels van toepassing blijven zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding daarvan, een bedrag van € 75,– per verzoek;
b. indien op de aanvrager de Verordening op de praktijkstage van toepassing is een bedrag van € 655,– per inhoudelijk beoordeeld verzoek.
2. Indien de aanvrager een registeraccountant is, is in afwijking van het eerste lid eenmalig een bedrag van € 960,– verschuldigd.
a. indien op de aanvrager ingevolge artikel 27 van de Verordening op de praktijkstage de regels van toepassing blijven zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding daarvan, een bedrag van € 75,– per verzoek;
b. indien op de aanvrager de Verordening op de praktijkstage van toepassing is een bedrag van € 655,– per inhoudelijk beoordeeld verzoek.
2. Indien de aanvrager een registeraccountant is, is in afwijking van het eerste lid eenmalig een bedrag van € 960,– verschuldigd.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0022559
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl