BWBR0022394
Geldig vanaf 2007-08-18
Artikel 5
Subsidieregeling internationale innovatieprojecten 2007 en 2008
1. Er is een Adviescommissie internationale innovatieprojecten, die tot taak heeft de Minister op zijn verzoek te adviseren over aanvragen om subsidie voor een internationaal innovatieproject.
2. De adviescommissie adviseert op verzoek van de Minister over de toepassing van de gronden, genoemd in artikel 15 van de kaderregeling.
3. De Minister wint over aanvragen om een subsidie voor een internationaal innovatieproject waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregelingof artikel 2, derde lid, afwijzend wordt beslist, het advies in van de adviescommissie.
4. De adviescommissie, bedoeld in het eerste lid, rangschikt de aanvragen zodanig, dat een internationaal innovatieproject hoger gerangschikt wordt naarmate het meer voldoet aan de volgende criteria:
a. technologische vernieuwing of wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;
b. de doelmatigheid en doeltreffendheid van een project, de nieuwheid van een samenwerkingsverband en de betrokkenheid van de onderzoeksorganisaties;
c. de verwachte economische waarde van de projectresultaten, de aansluiting bij de doelstellingen van de deelnemende partijen en de uitgebreidheid van de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten;
d. de in bijlage 1 opgenomen doelstellingen, indien het een automotive-innovatieproject betreft.
5. Voor de rangschikking wegen de in het vierde lid genoemde criteria even zwaar.
2. De adviescommissie adviseert op verzoek van de Minister over de toepassing van de gronden, genoemd in artikel 15 van de kaderregeling.
3. De Minister wint over aanvragen om een subsidie voor een internationaal innovatieproject waarop niet op grond van artikel 15 van de kaderregelingof artikel 2, derde lid, afwijzend wordt beslist, het advies in van de adviescommissie.
4. De adviescommissie, bedoeld in het eerste lid, rangschikt de aanvragen zodanig, dat een internationaal innovatieproject hoger gerangschikt wordt naarmate het meer voldoet aan de volgende criteria:
a. technologische vernieuwing of wezenlijk nieuwe toepassingen van een bestaande technologie;
b. de doelmatigheid en doeltreffendheid van een project, de nieuwheid van een samenwerkingsverband en de betrokkenheid van de onderzoeksorganisaties;
c. de verwachte economische waarde van de projectresultaten, de aansluiting bij de doelstellingen van de deelnemende partijen en de uitgebreidheid van de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten;
d. de in bijlage 1 opgenomen doelstellingen, indien het een automotive-innovatieproject betreft.
5. Voor de rangschikking wegen de in het vierde lid genoemde criteria even zwaar.