BWBR0022284
Geldig vanaf 2007-12-20
Artikel 2
Subsidieregeling pieken in de delta 2007
1. De Minister verstrekt op aanvraag aan degene, die een gebiedsgericht project, niet zijnde een gebiedsgericht innovatieproject, uitvoert dat past in een in een gebiedsgericht programma opgenomen actielijn, subsidie in de vorm van:
a. een bijdrage in de kosten van een gebiedsgericht project;
b. een krediet.
2. De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een samenwerkingsverband, bestaande uit tenminste twee ondernemers dan wel tenminste een ondernemer en een onderzoeksorganisatie, dat voor gezamenlijke rekening en risico een gebiedsgericht innovatieproject uitvoert dat past in een in een gebiedsgericht programma opgenomen actielijn in de vorm van:
a. een bijdrage in de kosten van een gebiedsgericht innovatieproject;
b. een krediet.
3. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden.
4. Bij Ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van degene die een gebiedsgericht project kan indienen.
5. Geen subsidie wordt verstrekt indien voor het gebiedsgericht project of een deel daarvan reeds door de Minister subsidie is verstrekt.
6. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover naar het oordeel van de Minister de verstrekking van subsidie leidt tot het verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 87 van het EG-verdrag.
7. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover het gebiedsgericht innovatieproject betrekking heeft op fundamenteel onderzoek.
8. Geen subsidie wordt verstrekt indien het een gebiedsgericht innovatieproject betreft dat uitsluitend betrekking heeft op industrieel onderzoek en waarvoor op grond van een innovatiesubsidieregeling vastgesteld door de Minister of de Staatssecretaris van Economische Zaken gedurende de periode als bedoeld in artikel 7, eerste lid, of gedurende vier weken na afloop van de periode als bedoeld in artikel 7, eerste lid, een aanvraag om subsidie kan worden ingediend.
9. Geen subsidie wordt verstrekt aan natuurlijke personen, de N.V. NOM Investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland, de Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland N.V., de N.V. Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, de Limburgs Industrie- en Ontwikkelingsfonds N.V. en Syntens.
10. Geen subsidie wordt verstrekt indien de eigen bijdrage van de aanvrager minder dan 15% van de subsidiabele kosten bedraagt.
11. Indien een gebiedsgericht project zowel activiteiten gericht op innovatie als andere activiteiten bevat, wordt:
a. subsidie voor deze activiteiten verstrekt op basis van de bepalingen, betrekking hebbend op een gebiedsgericht innovatie project onderscheidenlijk een gebiedsgericht project, niet zijnde een gebiedsgericht innovatieproject;
b. geen subsidie verstrekt voor zover de subsidiabele kosten van de activiteiten van het gebiedsgericht innovatie project of de activiteiten van het gebiedsgericht project, niet zijnde een gebiedsgericht innovatieproject minder dan 25% van de subsidiabele kosten van het gebiedsgericht project bedragen.
a. een bijdrage in de kosten van een gebiedsgericht project;
b. een krediet.
2. De Minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een samenwerkingsverband, bestaande uit tenminste twee ondernemers dan wel tenminste een ondernemer en een onderzoeksorganisatie, dat voor gezamenlijke rekening en risico een gebiedsgericht innovatieproject uitvoert dat past in een in een gebiedsgericht programma opgenomen actielijn in de vorm van:
a. een bijdrage in de kosten van een gebiedsgericht innovatieproject;
b. een krediet.
3. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden.
4. Bij Ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van degene die een gebiedsgericht project kan indienen.
5. Geen subsidie wordt verstrekt indien voor het gebiedsgericht project of een deel daarvan reeds door de Minister subsidie is verstrekt.
6. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover naar het oordeel van de Minister de verstrekking van subsidie leidt tot het verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 87 van het EG-verdrag.
7. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover het gebiedsgericht innovatieproject betrekking heeft op fundamenteel onderzoek.
8. Geen subsidie wordt verstrekt indien het een gebiedsgericht innovatieproject betreft dat uitsluitend betrekking heeft op industrieel onderzoek en waarvoor op grond van een innovatiesubsidieregeling vastgesteld door de Minister of de Staatssecretaris van Economische Zaken gedurende de periode als bedoeld in artikel 7, eerste lid, of gedurende vier weken na afloop van de periode als bedoeld in artikel 7, eerste lid, een aanvraag om subsidie kan worden ingediend.
9. Geen subsidie wordt verstrekt aan natuurlijke personen, de N.V. NOM Investerings- en ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland, de Ontwikkelingsmaatschappij Oost-Nederland N.V., de N.V. Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, de Limburgs Industrie- en Ontwikkelingsfonds N.V. en Syntens.
10. Geen subsidie wordt verstrekt indien de eigen bijdrage van de aanvrager minder dan 15% van de subsidiabele kosten bedraagt.
11. Indien een gebiedsgericht project zowel activiteiten gericht op innovatie als andere activiteiten bevat, wordt:
a. subsidie voor deze activiteiten verstrekt op basis van de bepalingen, betrekking hebbend op een gebiedsgericht innovatie project onderscheidenlijk een gebiedsgericht project, niet zijnde een gebiedsgericht innovatieproject;
b. geen subsidie verstrekt voor zover de subsidiabele kosten van de activiteiten van het gebiedsgericht innovatie project of de activiteiten van het gebiedsgericht project, niet zijnde een gebiedsgericht innovatieproject minder dan 25% van de subsidiabele kosten van het gebiedsgericht project bedragen.