BWBR0022232
Geldig vanaf 2007-07-15
Artikel 73
Regeling interventie melk en zuivelproducten
1. Bedrijven die de in het tweede lid van dit artikel bedoelde bewerkingen of verwerkingen verrichten, doen hiervan vooraf melding conform het bepaalde in dit artikel.
2. De in het eerste lid bedoelde bewerkingen of verwerkingen zijn:
a. productie van boterconcentraat zonder verklikstoffen;
b. productie van boterconcentraat met verklikstoffen;
c. de herverpakking van boterconcentraat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van Verordening 1898/2005;
d. productie van melkvet dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van boterconcentraat;
e. toevoeging van verklikstoffen aan room;
f. toevoeging van verklikstoffen aan boter;
g. productie van tussenproducten;
h. eindverwerking van room, boter, boterconcentraat of tussenproducten zonder verklikstoffen, en
i. eindverwerking van room, boter, boterconcentraat of tussenproducten met verklikstoffen indien meer dan 5.000 kilogram boter of boterequivalent per maand wordt verwerkt.
3. De in het eerste lid bedoelde melding wordt, voor zover die betrekking heeft op de in het tweede lid, onder a tot en met c, e en f, genoemde bewerkingen of verwerkingen, schriftelijk gedaan bij zowel de AID als het COKZ. De melding van de in het tweede lid, onder d, g tot en met i, genoemde bewerkingen of verwerkingen gebeurt uitsluitend aan de AID.
4. De melding van de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde werkzaamheden gebeurt op donderdag vóór 15:00 uur voor de daaropvolgende week.
5. De melding van de in het tweede lid, onder c tot en met i, bedoelde werkzaamheden gebeurt ten minste drie dagen vóór aanvang van de productiewerkzaamheden.
6. In afwijking van het vierde en het vijfde lid kunnen het contractnummer en de combinatie van de te gebruiken verklikstoffen uiterlijk 1 werkdag vóór 15:00 uur voor aanvang van de productiewerkzaamheden worden medegedeeld.
7. Dienst Regelingen kan in voorkomend geval op aanvraag besluiten van de in dit artikel genoemde termijnen af te wijken indien zij van oordeel is dat sprake is van een uitzonderlijke situatie die de controle niet bemoeilijkt.
2. De in het eerste lid bedoelde bewerkingen of verwerkingen zijn:
a. productie van boterconcentraat zonder verklikstoffen;
b. productie van boterconcentraat met verklikstoffen;
c. de herverpakking van boterconcentraat als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van Verordening 1898/2005;
d. productie van melkvet dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van boterconcentraat;
e. toevoeging van verklikstoffen aan room;
f. toevoeging van verklikstoffen aan boter;
g. productie van tussenproducten;
h. eindverwerking van room, boter, boterconcentraat of tussenproducten zonder verklikstoffen, en
i. eindverwerking van room, boter, boterconcentraat of tussenproducten met verklikstoffen indien meer dan 5.000 kilogram boter of boterequivalent per maand wordt verwerkt.
3. De in het eerste lid bedoelde melding wordt, voor zover die betrekking heeft op de in het tweede lid, onder a tot en met c, e en f, genoemde bewerkingen of verwerkingen, schriftelijk gedaan bij zowel de AID als het COKZ. De melding van de in het tweede lid, onder d, g tot en met i, genoemde bewerkingen of verwerkingen gebeurt uitsluitend aan de AID.
4. De melding van de in het tweede lid, onder a en b, bedoelde werkzaamheden gebeurt op donderdag vóór 15:00 uur voor de daaropvolgende week.
5. De melding van de in het tweede lid, onder c tot en met i, bedoelde werkzaamheden gebeurt ten minste drie dagen vóór aanvang van de productiewerkzaamheden.
6. In afwijking van het vierde en het vijfde lid kunnen het contractnummer en de combinatie van de te gebruiken verklikstoffen uiterlijk 1 werkdag vóór 15:00 uur voor aanvang van de productiewerkzaamheden worden medegedeeld.
7. Dienst Regelingen kan in voorkomend geval op aanvraag besluiten van de in dit artikel genoemde termijnen af te wijken indien zij van oordeel is dat sprake is van een uitzonderlijke situatie die de controle niet bemoeilijkt.