BWBR0022232
Geldig vanaf 2007-07-15
Artikel 131
Regeling interventie melk en zuivelproducten
1. In het geval een van toepassing zijnde verordening als bedoeld in artikel 1een beroep op overmacht mogelijk maakt in verband met het niet nakomen van verplichtingen of het niet voldoen aan gestelde voorwaarden, meldt de belanghebbende een geval van overmacht zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Dienst Regelingen.
2. De Minister is bevoegd te beslissen of sprake is van overmacht.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, meldt de belanghebbende een geval van overmacht als bedoeld in artikel 9 van Verordening 2799/1999, voor zover het de verwerking van mageremelkpoeder of ondermelk tot mengvoeder betreft, aan het HPA dat ter zake bevoegd is te beslissen.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, meldt de belanghebbende een geval van overmacht als bedoeld in artikel 9 van Verordening 2799/1999, voor zover het de denaturatie van mageremelkpoeder betreft en als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van Verordening 2921/90, aan het PZ dat ter zake bevoegd is te beslissen.
2. De Minister is bevoegd te beslissen of sprake is van overmacht.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, meldt de belanghebbende een geval van overmacht als bedoeld in artikel 9 van Verordening 2799/1999, voor zover het de verwerking van mageremelkpoeder of ondermelk tot mengvoeder betreft, aan het HPA dat ter zake bevoegd is te beslissen.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, meldt de belanghebbende een geval van overmacht als bedoeld in artikel 9 van Verordening 2799/1999, voor zover het de denaturatie van mageremelkpoeder betreft en als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van Verordening 2921/90, aan het PZ dat ter zake bevoegd is te beslissen.