1. Aan de directeur Inspectieondersteuning, de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control, de onder hen ressorterende managers Major Hazard Control en de teamleiders, bedoeld in de artikelen 3, zesde lid, en artikel 4, vijfde lid, alsmede het hoofd, de teamleiders en de medewerkers van de afdeling Expertisecentrum, wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, en 29 vierde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
b. het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet.
2. Aan de directeur Inspectieondersteuning, de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control en de onder hen ressorterende managers Major Hazard Control, alsmede aan het hoofd van de afdeling Expertisecentrum, wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. artikel 30, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;
b. de artikelen 16, eerste en tweede lid, 21, eerste en tweede lid, en 32 van de Warenwet.
3. Aan de directeur Major Hazard Control en de onder hem ressorterende managers Major Hazard Control wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de
artikelen 6, tweede lid, onderdeel c,
7, tweede lid, onderdeel a,
10, vierde lid, onderdeel a,
15, derde lid, onderdeel a,
16, eerste lid,
18, tweede lid,
24, eerste lid,
28, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, en
29 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999en op
artikel 2.5g van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
4. Aan de inspecteurs van de bedrijfstakdirecties en de inspecteurs van de directie Major Hazard Control wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, machtiging verleend tot het geven van een mondeling bevel, bedoeld in
artikel 28, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwetin die gevallen waarin, naar hun oordeel, acuut gevaar geen uitstel van het ingaan van de stillegging van het werk duldt.
5. Het hoofd van de afdeling Concernbeleid, het hoofd van de afdeling Juridische Zaken, het hoofd Informatievoorziening, de directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen a tot en met d, en de hoofden van de afdeling Personeelsontwikkeling en de afdeling Informatievoorziening van de directie Inspectieondersteuning zijn ten behoeve van het organisatieonderdeel waaraan zij leiding geven, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, voor zover het overeenkomsten betreft met een waarde per overeenkomst onder de laagste drempel voor aanbesteding conform de Europese aanbestedingsrichtlijnen, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst:
a. overeenkomsten welke zijn gebaseerd op een mantelovereenkomst;
b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;
c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;
e. overeenkomsten voor onderzoek;
f. overeenkomsten met betrekking tot incidentele beleidsinformatievoorziening, met uitzondering van overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek.