BWBR0022080
Geldig vanaf 2007-06-17
Artikel 5
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2007
1. De directie Arbeidsmarktfraude staat onder leiding van een directeur.
2. De directeur Arbeidsmarktfraude is verantwoordelijk voor:
a. het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving alsmede het opsporen van strafbare feiten met name ten aanzien van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
b. de totstandkoming van landelijke strategieën en projecten met betrekking tot de aanpak van arbeidsmarktfraude;
c. het ontwikkelen en het onderhouden van instrumenten ten behoeve van de handhaving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
d. de uitvoering van de projecten, bedoeld in onderdeel b, alsmede de rapportage over de bevindingen daarvan;
e. het vanuit zijn werkterrein leveren van een bijdrage aan het door de algemeen directeur op te stellen jaarplan en -verslag van de Arbeidsinspectie;
f. het nemen van de maatregelen en het realiseren van de prestaties, vervat in het jaarplan, bedoeld in onderdeel e;
g. de participatie van de Arbeidsinspectie in multidisciplinaire en interventieteams;
h. het voeren van overleg en het participeren in samenwerkingsverbanden met instellingen die zich bezig houden met de bestrijding van arbeidsmarktfraude;
i. het organiseren van overleg en afstemming met de directie Arbeidsmarkt, de directie Arbeidsverhoudingen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst over zowel de beleidsontwikkeling als -uitvoering;
j. het behandelen van klachten, voorzover die klachten betrekking hebben op onderwerpen die behoren tot de verantwoordelijkheid van de directeur Arbeidsmarktfraude, alsmede van tips;
k. de advisering omtrent de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van voorgenomen wet- en regelgeving;
l. het verschaffen van informatie in verband met de evaluatie en ontwikkeling van beleid en uitvoering aan bewindspersonen en directeuren van beleidsdirecties van het ministerie;
m. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de directie Arbeidsmarktfraude;
n. het behandelen van klachten over gedragingen van medewerkers van de directie Arbeidsmarktfraude.
3. De directeur Arbeidsmarktfraude wordt bijgestaan door twee managers inspecties en een manager strategie, welke onder hem ressorteren.
4. De managers inspecties zijn verantwoordelijk voor:
a. het conform de planning uitvoeren van de projecten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;
b. het organiseren van de participatie in multidisciplinaire en interventieteams;
c. het onderhouden van regionale bestuurlijke en netwerkcontacten.
5. De managers inspecties worden elk bijgestaan door zeven onder hen ressorterende teamleiders. De werkgebieden van de teams zijn vastgesteld volgens het overzicht van de bij deze regeling behorende bijlage 5.
6. De manager strategie is verantwoordelijk voor:
a. het ontwikkelen en opzetten van strategieën en projecten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;
b. kennisontwikkeling, kennisoverdracht en kennisverankering binnen de directie.
7. De manager strategie wordt bijgestaan door een teamleider specialisten.
2. De directeur Arbeidsmarktfraude is verantwoordelijk voor:
a. het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving alsmede het opsporen van strafbare feiten met name ten aanzien van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
b. de totstandkoming van landelijke strategieën en projecten met betrekking tot de aanpak van arbeidsmarktfraude;
c. het ontwikkelen en het onderhouden van instrumenten ten behoeve van de handhaving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
d. de uitvoering van de projecten, bedoeld in onderdeel b, alsmede de rapportage over de bevindingen daarvan;
e. het vanuit zijn werkterrein leveren van een bijdrage aan het door de algemeen directeur op te stellen jaarplan en -verslag van de Arbeidsinspectie;
f. het nemen van de maatregelen en het realiseren van de prestaties, vervat in het jaarplan, bedoeld in onderdeel e;
g. de participatie van de Arbeidsinspectie in multidisciplinaire en interventieteams;
h. het voeren van overleg en het participeren in samenwerkingsverbanden met instellingen die zich bezig houden met de bestrijding van arbeidsmarktfraude;
i. het organiseren van overleg en afstemming met de directie Arbeidsmarkt, de directie Arbeidsverhoudingen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst over zowel de beleidsontwikkeling als -uitvoering;
j. het behandelen van klachten, voorzover die klachten betrekking hebben op onderwerpen die behoren tot de verantwoordelijkheid van de directeur Arbeidsmarktfraude, alsmede van tips;
k. de advisering omtrent de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van voorgenomen wet- en regelgeving;
l. het verschaffen van informatie in verband met de evaluatie en ontwikkeling van beleid en uitvoering aan bewindspersonen en directeuren van beleidsdirecties van het ministerie;
m. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de directie Arbeidsmarktfraude;
n. het behandelen van klachten over gedragingen van medewerkers van de directie Arbeidsmarktfraude.
3. De directeur Arbeidsmarktfraude wordt bijgestaan door twee managers inspecties en een manager strategie, welke onder hem ressorteren.
4. De managers inspecties zijn verantwoordelijk voor:
a. het conform de planning uitvoeren van de projecten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;
b. het organiseren van de participatie in multidisciplinaire en interventieteams;
c. het onderhouden van regionale bestuurlijke en netwerkcontacten.
5. De managers inspecties worden elk bijgestaan door zeven onder hen ressorterende teamleiders. De werkgebieden van de teams zijn vastgesteld volgens het overzicht van de bij deze regeling behorende bijlage 5.
6. De manager strategie is verantwoordelijk voor:
a. het ontwikkelen en opzetten van strategieën en projecten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;
b. kennisontwikkeling, kennisoverdracht en kennisverankering binnen de directie.
7. De manager strategie wordt bijgestaan door een teamleider specialisten.